KOPP-blog: echo’s

Wie aan emotionele ontwikkeling gaat doen, komt al gauw in aanraking met de vraag: ben ik wel lief genoeg voor mezelf? Veel mensen zijn superstreng voor zichzelf en hebben het nodig om hun innerlijke kind te omhelzen en op schoot te zetten. Omdat ze dat ooit gemist hebben. Zoals we zelf als kind behandeld zijn, zo behandelen we het kind in onszelf. Een echo.

Als we het vaak nodig hebben om ons innerlijke kind op schoot te zetten, is er sprake van emotionele kou in onze achtergrond. Dat kan in alle varianten zijn. Soms tot en met mishandeling aan toe, waarbij het voor de hand ligt dat dat gewonde innerlijke kinderen oplevert. Of als je ouder je te vaak afsnauwde of je het gevoel heeft gegeven dat je niet belangrijk was, leidt dat tot eenzelfde echo in jou als volwassene: jezelf afsnauwen of jezelf überhaupt niet zien. 

Emotionele kou in de achtergrond leidt tot een pijnlijke, urgente behoefte aan verbinding. Als je dan je innerlijke kind op schoot kunt zetten, breng je die verbinding zélf tot stand. Dat maakt je minder afhankelijk van anderen. Veel traumawerk is er dan ook op gericht om contact te maken met het behoeftige innerlijke kind.

Er is ook een andere variant mogelijk. Eén die maar al te vaak over het hoofd gezien wordt, ook in het traumawerk. Evengoed als er gezinnen bestaan waarin emotionele kou heerst, zijn er ook gezinnen die emotioneel juist te warm zijn. Klef, zeg maar. Daarin bestaat dezelfde bandbreedte aan varianten. Dus bij emotionele kou kunnen we spreken van streng (de milde variant), dominant (de overdreven variant) en tiranniek gedrag (de extreme variant). Bij emotionele klefheid gaat die bandbreedte van betuttelend, via manipulerend naar parasiterend. (Parasiterend: het kind moet de ouder emotioneel voeden in plaats van andersom).

Opgroeien in zo’n klef gezin is net zo beschadigend als opgroeien in een te koud gezin. Maar het is veel minder zichtbaar. Strengheid, dominantie en zeker tiranniek gedrag vallen vaak wel op in de omgeving. Betutteling, manipulatie en parasitisme niet. Die zijn alleen onderhuids voelbaar. 

Waar een mishandeld kind de boodschap krijgt dat zijn gevoelens of gedachten niet belangrijk zijn, dat het moet gehoorzamen aan degene die de macht heeft, kan het nog wel voelen dat zijn eigen behoefte anders is. Het kan zich spiegelen aan die beangstigende ouder en een eigen mening vormen. Weliswaar mist het de veiligheid van de emotionele verbinding.

Een kind op wie geparasiteerd is, leert vooral dat zijn eigen waarnemingen en gevoelens niet kloppen. Zolang het maar hetzelfde denkt of voelt als papa of mama, is er niks aan de hand. Dan is er liefde en verbinding. Omdat het zonder die verbinding niet kan overleven, leert het kind daarmee om zichzelf te wantrouwen. Het kan zich niet spiegelen, want het moet verplicht samenvallen.

Veel KOPP’ers kennen de dynamiek in die laatste categorie, met name als zij emotioneel de ouder van hun ouder moesten zijn. Als volwassene verkeren zij vaak in verwarring. Ik had niks te klagen, er was toch warmte en liefde? Wat je niet kent, dat mis je ook niet en in dit geval gaat dat over autonomie. Je eigen plek mogen innemen. Mogen leven vanuit je eigen impulsen. Ontdekken wie je zelf eigenlijk bent. 

Deze basisvorm van autonomie is voor de meeste mensen net zo vanzelfsprekend als het water is voor de vis die erin zwemt. Die is zich daar echt niet van bewust. Mensen snappen het dus ook niet als je hier problemen mee hebt. En aangezien je eraan gewend bent om je eigen waarnemingen te wantrouwen, neem je daar heel lang genoegen mee. Ik zal het wel verkeerd zien. Ik moet me niet aanstellen. Anderen hebben het slechter. 
Maar je bent dan net zozeer beschadigd als een kind dat opgroeide in emotionele kou. 

Om het extra ingewikkeld te maken, hebben we vaak ook te maken met beide varianten tegelijk. Vader was te koud en moeder te warm, bijvoorbeeld. Of moeder was de ene keer te koud en de andere keer te warm. Dan weet het kind niet of het naar haar toe moet rennen of van haar vandaan. 

Alle mensen hebben in het contact met anderen twee emotionele basisbehoeftes: verbinding (warmte, nabijheid) en autonomie (koelte, ruimte). Baby’s kunnen niet overleven zonder verbinding, en ze kunnen zich niet gezond ontwikkelen zonder een – zich geleidelijk uitbreidende – autonomie. Volwassenen hebben een grotere behoefte aan autonomie dan kinderen en baby’s, al doet dat niets af aan hun behoefte aan verbinding. Een emotioneel gezonde volwassene zoekt evenzeer de verbinding als de autonomie. En die beheerst het spel om IN de verbinding met de ander autonoom te blijven. Of zich vanuit autonomie met de ander te verbinden. Dat is wat mij betreft wat een emotioneel gezonde volwassene definieert.

Wat onze ouder(s) dus niet was/ waren. Psychische problematiek bestaat bij uitstek uit de onbalans tussen het nastreven van verbinding en autonomie. Een onbalans die extreme vormen aanneemt, die we vervolgens aanduiden als een stoornis. Bijvoorbeeld: een ouder die zich extreem afhankelijk opstelt, is niet autonoom en probeert dat ook niet te worden. Die gebruikt eenvoudig de autonomie van de ander om overeind te blijven. En een ouder die heel star is en alles precies op zijn of haar manier wil, verbindt zich niet. Die wantrouwt de verbinding en zal er altijd voor zorgen dat het gesprek niet echt ergens over gaat.

Dat wantrouwen van de autonomie of juist van de verbinding komt natuurlijk altijd ergens vandaan. Namelijk van de manier waarop de ouders van onze ouders hiermee omgingen, onder druk van de omstandigheden van hún leven. Dat had gevolgen voor onze ouders en dat heeft weer gevolgen voor ons, en vervolgens voor onze kinderen. Emotionele onbalans wordt zo doorgegeven van generatie op generatie. Het is altijd een reactie op wat we hebben meegemaakt. Een poging om ons daartoe te verhouden. 
Totdat je je ervan bewust wordt, en gaat zoeken naar je eigen balans.

Hoe autonoom ben jij? En hoe goed ben je in staat om je te verbinden? Kun je het allebei, maar niet tegelijk? Als je je hierin ontwikkelt, kun je naar keuze soms warm zijn en soms koel – precies zoals dat nodig is in het leven. Heel fijn voor jezelf, zo leef je veel vrijer en eenvoudiger. En een zegen voor je eventuele kinderen.