KOPP-blog: trauma

STEL, JE MELDT JE ZIEK OP JE WERK,
en je moet naar de bedrijfsarts omdat je doof begint te worden. Je werkt bijvoorbeeld bij een call-center, best onhandig als je daar doof bent. En die bedrijfsarts stelt jou een paar vragen, die je niet kunt beantwoorden omdat je ze niet hebt gehoord. Je bent immers doof. Maar deze bedrijfsarts vindt dove mensen eigenlijk een beetje aanstellers. Hij zal het niet hardop zeggen; dat is niet chique. Maar hij zegt wel: ga jij nou maar gewoon weer aan het werk, er is niks met jou aan de hand. Toen ik vroeg of je me hoorde, zei je immers geen ‘nee’?

Absurd voorbeeld? Zeker. Minstens zo absurd als de behandeling die vele KOPP’ers ten deel valt in de maatschappij, bij de bedrijfsarts of bij het UWV. 

Opgroeien bij één of twee ouders met psychische en/of verslavingsproblematiek is bijna per definitie traumatiserend. Alleen als de problemen thuis volledig bespreekbaar zijn en er stabiele ándere opvang en hechtingsmogelijkheden voor de kinderen aanwezig zijn, hebben die kans om er zonder trauma vanaf te komen. Veel mensen denken bij trauma alleen aan ongelukken of gewelddadige situaties waarbij iemand in levensgevaar komt. Eenmalige gebeurtenissen die zo gruwelijk zijn dat ze een blijvend stempel zetten op iemands leven. Zulke trauma’s hebben veel KOPP’ers óók, bijvoorbeeld van de dag waarop mama zich doodsbang in de badkamer moest verschansen met de kinderen omdat papa in zijn psychose met een mes liep te zwaaien. Of van de dag dat ze erbij stonden toen mama met geweld het huis uit gesleurd werd door de politie voor een gedwongen opname. Of van de ochtend waarop ze mama vonden na een – al dan niet geslaagde – zelfmoordpoging. Ik hanteer even de botte bijl, dan is het maar duidelijk. 

En wat denk je van wat er voorafgegaan is aan deze psychose of zelfmoordpoging? En wat erna komt? Geen rozengeur en maneschijn. Psychische problematiek komt meestal niet uit de lucht vallen en als zich eenmaal een crisis heeft voorgedaan, blijft het gezin in de ban van de angst voor herhaling. Vaak gaat er een lange, soms jarenlange periode van oplopende stress, onderhuidse paniek, ruzie en net-bezworen-crises aan vooraf. Dat betekent dat de kinderen opgroeien in angst en stress. Dat is niet hetzelfde als een aantal jaren van je volwassen leven angst en stress doormaken als je een stabiele ondergrond hebt. Nee, opgroeien in angst en stress betekent dat je grondhouding er één van alertheid zal zijn. Van voortdurend in de freeze-fight-flight-stand staan. Levenslang, althans zolang je niks aan traumaverwerking doet. Dat kost bakken energie, vandaar dat mensen met trauma vooral vermoeidheidsklachten hebben. Let wel, dit verschijnsel doet zich ook voor als het vroeger (steeds) net niét tot de bovengenoemde dramatische ontknopingen kwam. Een jarenlang hoog angst- en stresslevel bij opgroeiende kinderen betekent chronische traumatisering. De dramatische ontknopingen die daar voor menig KOPP’er nog bovenop komen, voegen daar nog wat puntige trauma’s aan toe. 

Carolien Roodvoets omschrijft in haar boek Niemandskinderen KOPP’ers als kinderen die opgroeien in privé-oorlogsgebied. Een heel adequate omschrijving! Wie in een oorlog opgroeit, zal de wereld leren kennen als een onveilige plek waarin hij voortdurend bang en alert moet zijn, vaak één of meer direct levensbedreigende gebeurtenissen meemaken en niet, of slechts gebrekkig de kans krijgen om zich te ontwikkelen op het gebied van – ik noem maar een dwarsstraat – op een adequate manier opkomen voor zijn eigen gevoelens en behoeften. Oorlogskinderen krijgen wél erkenning van de maatschappij. Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind? is een bekende frase geworden. Dat oorlog met trauma gepaard gaat, wordt algemeen erkend.

Hoe kan het nou dat KOPP’ers niet in staat zijn om diezelfde erkenning op te eisen? Dat komt onder andere door het feit dat ze gedurende een groot deel van hun leven geen overtuigend verhaal kunnen brengen vanwege – ironisch genoeg – juist de kenmerken van vroegkinderlijk trauma. Zoals daar zijn: dissociatie, ontkennen, wegredeneren, afdekken met een verslaving of dwangmatig gedrag. Net als bij de doof wordende call-center-medewerker hierboven belemmert het ‘ziektebeeld’ de beeldvorming van de (bedrijfs)arts. Zolang deze kinderen nog kind zijn, is het voor hen van levensbelang om de omvang van hun leed juist niet te kunnen overzien. Zodra een KOPP’er volwassen wordt, begint de uitdaging om de puzzel stukje bij beetje te gaan leggen. De meesten van ons doen daar een heel leven over. Als we er überhaupt al aan beginnen. Hoe moet je aan een bedrijfsarts of een UWV overtuigend iets laten zien dat je niet bewust beschikbaar hebt? Hoe moet je gaan stáán voor je trauma als je het vanbinnen uit pure noodzaak nog ontkent? De symptomen van trauma worden helaas nog slecht herkend door de medische wereld. KOPP’ers zullen voor zichzelf moeten gaan opstaan. Misschien helpt deze blog daarbij.