KOPP-blog: systemisch gezien

IK HEB MIJN MOEDER NOOIT GEKEND EN DAAR HEB IK LAST VAN.
Zij leidde een hard, zwervend bestaan omdat ze nergens kon aarden. Niet dat ze geen hulp aangeboden kreeg, die kreeg ze wel, maar ze kon die nooit lang accepteren. Toen zij stierf aan kanker was ik 21, zij 52. Haar kende ik niet, alleen haar ziekte: schizofrenie (tegenwoordig: psychosegevoeligheid). De persoon die erachter schuilging, heb ik bijna nooit gezien. Het gezicht van haar ziekte was niet zo fijn. Het was onmogelijk om een normaal gesprek met haar te voeren. Haar beeld van de realiteit was heel anders dan het mijne. Ik klampte mij als kind vast aan de ratio; dat was in ons nieuwe gezin de norm. Mijn moeder, die – na een hoop drama met voor ons kinderen bijbehorend vroegkinderlijk trauma – niet meer bij ons woonde, had een wereldbeeld dat allesbehalve rationeel was. Lange tijd heb ik, ocharm, mijn best gedaan om haar ervan te overtuigen dat haar beelden niet klopten, alsof ik zo haar ziekte kon wegnemen en de klok kon terugdraaien.

Schizofrenie (psychosegevoeligheid) is een ziekte van het systeem, zo zeiden systeemtherapeuten decennia geleden al. Ik sluit me daar van harte bij aan. Sterker nog, ik zie bij álle psychische problematiek een grote systemische invloed. Logisch, als KOPP’er word je per definitie geconfronteerd met psychische problematiek bij (een van) je ouder(s) én bij jezelf. Je ervaart, als je daarop een beetje bewustzijn ontwikkelt, aan den lijve dat daartussen een relatie bestaat. Vaak zijn dat verschillende problemen, want het gedrag van het kind zal in zijn oorsprong aanvullend zijn op dat van de ouder. Dus als de ouder de hele dag depressief in bed ligt, zal het kind actief zijn en gaan zorgen (parentificatie). Als de ouder het kind onderdrukt, zal het kind zich eerder onzichtbaar maken. 

Over het systeem van mijn moeder kom ik langzamerhand meer te weten. De kant van mijn grootmoeder ken ik goed. Zij leeft nog steeds, is 108 (!) en van haar heb ik onvoorwaardelijke liefde geleerd. Ik heb, bij gebrek aan een echte relatie met mijn moeder, een beeld van haar dat gebaseerd is op háár moeder, een onvolledig beeld dat haar gekte absoluut niet kan verklaren. Mijn grootvader heb ik amper gekend. Ik weet wel dat in zijn familie meer gekte voorkwam. Wat wás dat voor een systeem dat mijn grootvader en -moeder neergezet hebben voor en met hun kinderen? Kan ik mijn gekke moeder beter leren begrijpen door te kijken naar mijn (toch ook behoorlijk bizarre) ooms en tantes? 

Kinderen ontwikkelen die strategieën die nodig zijn om te overleven in het huis van de ouders. Als er broers en zussen zijn, wordt het systeem complexer, dan worden de rollen verdeeld – aanvullend op elkaar en op wat er nodig is voor een evenwicht. De één wordt de brave, de ander de slimme, de volgende de rebel. En als deze kinderen volwassen worden, zijn het dus ook die strategieën en rollen waarvan ze last krijgen. En waar ze anderen mee belasten. De overlevingsstrategieën worden hinderlijke en dikwijls ook onderdrukkende of juist onderdanige rollen waar mensen maar moeilijk vanaf kunnen komen. Degene die zich altijd opofferde voor het systeem, kan een enorme woede ontwikkelen naar broers en zussen omdat hij daarin nooit gezien is. Broers en zussen kunnen elkaar haten vanwege het wringende evenwicht dat ooit nodig was, en nu zo moeilijk losgelaten kan worden. Ze maken elkaar de verwijten die eigenlijk op het bord van hun ouders thuishoren.

Als KOPP-coach heb ik gemerkt dat ik iemand beter kan begrijpen als ik zijn systeem in beeld krijg. Mijn ooms en tantes geven mij, alleen al door hoe ze zijn, waardevolle informatie over mijn moeder. Als kind had ik niet veel contact met hen, maar in de afgelopen dertig jaar hebben we vele malen gezamenlijk de verjaardag van mijn grootmoeder gevierd. Het was tijdens die feesten alsof mijn moeder nooit bestaan had. Dat was pijnlijk. Het kwam zelfs weleens voor dat mijn broer, zus en ik werden vergeten bij de uitnodigingen. Uit het oog, uit het hart? Het zet mij aan het denken over de rol die mijn moeder vervulde in dat systeem. Er is een hoop heftigheid en woede voelbaar tussen mijn ooms en tantes, haat zelfs. Ik heb al jong de fantasie ontwikkeld om een soapserie over hen te schrijven, zo dramatisch intrigerend zijn ze. Misschien doe ik dat nog wel eens, als ze allemaal dood zijn.

Het meest opvallende kenmerk is dat succes verplicht is. Het gaat met iedereen altijd waanzinnig goed. Mijn moeder moest doodgezwegen worden – het ging met haar duidelijk NIET goed en zowel haar leven als haar dood konden ongewenste emoties oproepen, emoties die de illusie van absoluut succes in de weg zouden staan. Toen mijn moeder stierf, heeft mijn jongste tante haar rol overgenomen. Die van de ontoerekeningsvatbare in de familie. Ik kan me voorstellen dat deze rol nodig was; als succes verplicht is, is het lekker om zo iemand te hebben in je systeem. Waar moet je, als je alleen maar perfect mag zijn, anders heen met je schaduwkant? Bij de gratie van die ene mafkees kunnen de anderen fijn shinen. Mijn tante, net zo gevoelig als mijn moeder, heeft haar rol gepakt – de rol die het systeem in evenwicht zou houden. 

Tijdens mijn coachingsessies heb ik talloze voorbeelden gehoord van dynamieken en problematieken die van generatie op generatie worden doorgegeven. Dus hoe zit dat eigenlijk in mijn familie? Ik ben zelf in mijn gezin van herkomst degene die het meest in aanmerking komt voor de rol van ontoerekeningsvatbare. Financieel het minst geslaagd, maatschappelijk het minst aangepast. Ook al is de dynamiek tussen mij en mijn broer en zus bij lange na niet zo grimmig als in het systeem van mijn moeder, op de één of andere manier voelde die rol altijd kloppend voor mij. Als ik dan toch niet pas, dan zal ik zorgen dat het opvalt, óók. Zoiets. Ook voor mij was het gemakkelijk geweest om te verdwijnen in gekte en armoede. Maar ik heb uiteindelijk een andere keuze gemaakt. Mijn moeder, in wier systeem succes verplicht was, had die keuze kennelijk niet. Best een confronterende en verdrietige conclusie.

Zitten we erin vast?

Ook al zouden er helemaal geen erfelijke factoren bestaan voor psychische problematiek, alleen systemisch is meestal al zeer goed verklaarbaar waarom een bepaald gedrag als overlevingsstrategie bij iemand ontstaat. Narcisme, mishandeling, verslaving, depressie… als je de informatie over je (over)grootouders kunt krijgen, zie je de thema’s als een rode draad door de generaties heen lopen. 

Dat wil niet zeggen dat je er niet aan kunt ontkomen. Maar het verklaart wel waarom dat zo moeilijk is, waarom je deze dynamieken niet kunt stoppen. Ze zijn veel groter dan die ene persoon die ertegen vecht. Wij KOPP’ers leggen de lat meestal veel te hoog. Jezelf uit de dynamiek losmaken (zonder per se het systeem te hoeven verlaten), dat is doenlijk. En het heeft – als je geluk hebt – nog een positieve invloed op het systeem óók.