KOPP-blog stront aan de knikker

VEEL KOPP’ERS ERVAREN EEN INTENS VERLANGEN NAAR RUST. 
Niet al die heftige emoties, niet al die momenten van communicatie op een hoog stressniveau en dan tussendoor instorten van vermoeidheid, we verlangen ernaar om ZEN te zijn. Net als al die mensen die in een ‘gewoon’ gezin zijn opgegroeid.
Ahum! Ik hoor nu een heleboel kelen schrapen, en terecht natuurlijk, want naarmate we meer van de wereld gezien hebben, gaan we dit beeld zoetjesaan wel relativeren. Andere mensen zijn ook bepaald niet altijd ZEN. En opgroeien in een ‘gewoon’ gezin bestaat niet, getuige het cliché Ieder huisje heeft zijn kruisje. Toch hebben veel KOPP’ers de neiging om zich hun leven lang te blijven vergelijken met anderen, die een fortuinlijker start hebben gehad. En bij wie om die reden veel meer rust aanwezig is, of lijkt dat alleen maar zo?

Tot wat voor volwassene zou een kind in het fictieve Perfecte Gezin eigenlijk opgroeien? Waar de ouders altijd aanwezig waren om aan de behoeftes van de kinderen te voldoen? Waar de ouders nooit heftige emoties uitleefden op hun kinderen?
In dat fictieve geval zal er sprake zijn van emotionele stabiliteit, en oh, wat kunnen wij KOPP daarnaar verlangen… totdat er stront aan de knikker is natuurlijk. Want als er in dat Perfecte Gezin stront aan de knikker is, dan 1. is het geen perfect gezin meer en 2. heeft niemand geleerd hoe daarmee om te gaan.

Omdat wij vaak zo worstelen met onze emoties (of die van onze ouders) zouden we graag willen dat we alleen maar stabiel waren. Dat we onze grenzen niet alleen altijd op tijd zouden voelen, maar deze ook nog zonder stemverheffing en zelfverzekerd konden communiceren. Dat we ons vrij zouden voelen om ons eigen ding te doen zonder enig schuldgevoel, en tegelijk toch in welwillend contact konden blijven met de wereld. Perfect in balans. Wij KOPP’ers zijn geneigd om te vergeten dat emoties, ook de heftige, er gewoon bij horen. Dat emotionele reacties functioneel zijn in het leven, omdat er nou eenmaal wel eens stront aan de knikker is. Zonder stront kunnen we niet leven. En ik kan het weten, want op de kinderboerderij waar ik ooit werkte werd eens een geitenlam geboren zonder anus. De rest van het verhaal zal ik je besparen, het eindigde met de dood van het lam. Maar dat terzijde.

Stront zullen we in dit verband vertalen met stress. Dus dat er omstandigheden zijn die heftige emoties oproepen, bijvoorbeeld ziekte, dood of ongeluk. De onvermijdelijke leeuwen en beren op je levenspad. Als we onze heftige emoties niet nodig hadden, zouden ze er ook niet op zitten. Toch zijn wij mensen allemaal uitgevoerd met een emotionele schuif in een range van onderkoeld tot heftig. En dat is dus niet voor niets. Hoe moet je je immers verdedigen tegen een leeuw of een beer als je alleen maar serene rust kent? Hoe zelfverzekerd en zonder stemverheffing jij je grenzen ook communiceert, je wordt even zo vrolijk opgepeuzeld.

Wij mensen hebben dus allemaal meer in ons repertoire dan gelukzalige ontspannenheid. We beschikken gelukkig ook allemaal over standje hysterie, standje agressie, standje passief en standje uit contact. Allemaal functioneel menselijk gedrag, dat onder stressvolle (extreme) omstandigheden ons leven kan redden.
Zo kun je het ook omdraaien. Als je mensen tegenkomt die zich agressief, hysterisch, passief of uit contact gedragen, kun je ervan uitgaan dat ze stress ervaren. Ook al begrijp jij niet waar die stress in hemelsnaam over gaat, want er is in de verste verte geen leeuw of beer te bekennen. Wat is psychische problematiek eigenlijk anders dan heftige emotie die niet gepast lijkt in het hier en nu, waarvan zowel omstanders als de persoon zelf de herkomst niet begrijpen?

Ook bij mezelf neem ik dat verschijnsel regelmatig waar. Onverklaarbare stress die niet veroorzaakt wordt door leeuwen en beren hier en nu en buiten mezelf, maar door iets vanbinnen. Dat verschijnsel heet Oud Zeer, meestal opgeroepen door een trigger. De regelmatige confrontatie daarmee is bepaald niet prettig, maar geeft mij wel veel informatie over mezelf. Als je ernaar leert luisteren, wijst deze stress je de weg naar je onderliggende behoefte. De stront aan de knikker is niet de vijand. Zonder stront is het land niet vruchtbaar en wil er dus niks op groeien. Heb ik ook op de boerderij geleerd.