KOPP-blog: leiderschap

HOERA, WE ZIJN IN BLIJDE VERWACHTING!
Volgende week komt Bobby, onze puppy. Het is de tweede keer dat ik voor de taak sta om een hondje op te voeden, en ik weet zeker dat ik het er nu beter vanaf ga brengen dan de eerste keer. Ik weet ook zeker dat dat een mooi voornemen is dat nog niet zal meevallen. Het is onmogelijk om het allemaal goed te doen namelijk.

Consequent leidinggeven en duidelijk zijn, jawel. Het klinkt zo gemakkelijk. Lekker als je, zoals ik, nooit geleerd hebt om je eigen wil te volgen. De ánder volgen, dat is wat ik geleerd heb. En vele KOPP’ers met mij. Alle antennes op scherp om de signalen van de ander op te vangen, wat heeft hij / zij nodig? En ook letterlijk volgen: ík hoefde nergens naartoe, wat ik wilde, had in die stressvolle omstandigheden helemaal geen prioriteit. Ik wist niet eens meer dat ik ooit een wil had. Maar de anderen wel, dus ik volgde. Zie je het al voor je met die hond? De pup gaat waar hij gaan wil, en ik loop er aan de lijn achteraan. De poep op te ruimen.

Ja, volgen en zorgen, daar was ik goed in. Niet alleen met de vorige pup, maar ook met mijn kind (nu 17). Als je als baas je hond verpest, soit. Het is onhandig en irritant, maar er is mee te leven. Met je kind is dat echt een ander verhaal. Zeker als je KOPP bent, want je hebt ondervonden hoe je als kind kan lijden onder het regime van de ouders en dat zal jou toch zeker nooit overkomen. Dus de lat ligt hoog! Maar ja, zodra je eigen kind in de puberteit komt, krijg je het keihard om je oren, althans, gelukkig voelt mijn puber zich daarvoor veilig genoeg. Hij voegt mij doodleuk toe: Het is jouw schuld dat ik niks kan (we hebben het hier over een sport). Je had me moeten dwingen toen ik een kind was. Nu is het te laat.
Au! Niet dat ik me nog steeds laat koeioneren door mijn zoon, hoor. Wel toen hij een snoezig peutertje was, en dat is erg genoeg. Gelukkig heb ik in die zeventien jaren wel iets geleerd over leiderschap; hij mag nu zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar in de eerste helft van zijn leven ben ik daarin schromelijk tekortgeschoten, en hij is uitstekend in staat om mij daar fijntjes op te wijzen. De pijn die dat doet, zal ik moeten dragen.

We hebben het hier over leiderschap. Over je hond, over je kind en/of over jezelf. De principes zijn hetzelfde. Er zijn twee kwaliteiten in het geding. De ene is grenzen en eisen stellen en de andere is zorgen en ondersteunen. Het evenwicht tussen deze twee is cruciaal. Bij ouders met psychische problemen gaat het hier vaak mis. Die nemen soms (tijdelijk) helemaal geen ouderrol op zich. Mijn moeder deed dat ook niet. Mijn vader zat aan de eisen-kant, maar omdat mijn moeder haar verantwoordelijkheid niet kon nemen, had hij stress en overdreef hij het een beetje: hij was streng en oordelend. Als oudste dochter heb ik het vacuüm opgevuld: ik ging zelf de kwaliteit zorgen en ondersteunen brengen. Parentificatie. En om de boel met mijn vader in evenwicht te houden, overdreef ik dat ook een beetje. Alle antennes naar buiten toe gericht.
Parentificatie kan overigens ook heel goed andersom zijn. Als je ouder(s) tekort kwamen op de kwaliteit grenzen en eisen stellen, heb jij misschien dat vacuüm opgevuld door de boodschappen te doen, de ouderavonden van je broertjes en zusjes bij te wonen en/of de deurwaarders te woord te staan.

Als het gaat om innerlijk leiderschap, groeit bij jonge KOPP’ers vaak de kwaliteit eisen en grenzen stellen tot ongezonde proporties: eisen stellen aan onszelf verwordt tot zelfveroordeling. We deden nooit genoeg ons best, we konden immers niet voorkomen dat mama psychotisch werd of papa depressief. Dus gingen we alleen maar meer zorgen, regelen of verantwoordelijkheid op ons nemen en dat blijven we in onze volwassenheid zo doen. Alsof we zo ons verleden ongedaan zouden kunnen maken. Alsof het daardoor ooit wél zou lukken om alsnog een ideale vader en moeder te krijgen.

Te veel zorgen en ondersteunen kan leiden tot betuttelen en verstikken. Als je daar als kind het slachtoffer van bent, zal je gauw de neiging hebben om zelf het omgekeerde te doen. Mijn zoon kondigt nu al aan dat hij veel strenger wordt voor zijn toekomstige kinderen. Oeps! Ik zie natuurlijk meteen mijn vader voor me. De weegschaal dreigt weer de andere kant op te slaan. Gelukkig gaan we oefenen met een pupje. Bij de vorige pup maakte hij er een potje van, hij vond het vooral leuk om hem zoveel mogelijk op te fokken. Maar nu hij tien jaar ouder en wijzer is, en bovendien de wrange vruchten plukt van zijn eigen te softe opvoeding, is hij gemotiveerd om er iets van te maken. We gaan samen ontzettend het evenwicht zoeken! Arm beestje. Hij heeft geen idee wat hem allemaal boven het schattige kopje hangt.