KOPP-blog: Jim van Os

“HET WORDT STEEDS DUIDELIJKER
dat wat wij psychiatrische aandoeningen of stoornissen noemen, eigenlijk geen aandoeningen of stoornissen zijn. Er is niks ‘kapot’. De menselijke soort heeft een breed scala aan eigenschappen met een grote reikwijdte. De meeste mensen hebben die eigenschappen in een mate die relatief dicht bij het midden zit. Maar er zijn ook mensen aan beide uiteinden van het spectrum. Conceptueel zou ik dat voorkomende variaties in menselijk gedrag willen noemen en geen aanlegfouten.”

Aldus Jim van Os in een recente publicatie van zijn onderzoek naar de oorzaken van psychisch lijden bij UMC Utrecht. Jim van Os is een uitzonderlijke hoogleraar psychiatrie die al jaren voorvechter is van een ándere, meer verbonden en minder bevoogdende ggz. En de resultaten van dit onderzoek van Jim van Os komen een heel stuk dichter bij mijn beleving als ervaringsdeskundige KOPP dan de gangbare visie (al heb ik er – voor wie mij kent zal dat niet verrassend zijn – nog steeds het nodige op aan te merken. Het wetenschappelijke onderzoek loopt helaas mijlenver achter bij specialistische kennis die in ‘het alternatieve circuit’ al lang en breed beschikbaar is). 
De gangbare visie heeft mij wantrouwend en sceptisch gemaakt ten aanzien van de ‘deskundigen’, die tot nu toe zo duidelijk geen hout van psychische en psychiatrische problematiek begrepen hebben. En die daarmee het stigma en het lijden alleen maar vergroten.

Tot nu toe, dus. Want Jim van Os is ook een deskundige, maar dan één die lijnrecht tegen de gangbare visie in durft te gaan. Hij gebruikt consequent de term psychisch lijden in plaats van psychi(atri)sche problematiek of stoornissen of ziektes. Een term die veel meer recht doet aan psychische disbalans, zowel voor degene die psychisch lijdt als voor diens omgeving. Het is ook een term die het stigma wegneemt en in plaats daarvan een beroep doet op mededogen. Als ik, en de rest van de wereld, zó zou hebben leren kijken naar het psychisch lijden van mijn ouders (een gedragsvariant aan het uiteinde van het spectrum), had ik het als KOPP’er een stuk minder moeilijk gehad. En als ik zo had leren kijken naar mijn eigen psychisch lijden (een gedragsvariant wat verder uit het midden van het spectrum) idem dito. Maar wij moesten het doen met ziek, gestoord en labiel, funest voor het vertrouwen in de wereld en in jezelf.

Waarom is dit ‘nieuwe’ inzicht belangrijk? Wat heb je eraan om te weten dat psychische stoornissen dus geen stoornissen zijn? Heel simpel, omdat je met het label ‘stoornis’ of ‘aandoening’ suggereert dat er iets stuk is. En dat is niet zo. Het is heel goed mogelijk om zelf, zonder hulp van pillen of psychiater, te bewegen in het spectrum waar Jim van Os het over heeft. Meer naar het midden toe, meer naar psychische balans. Dat weet ik uit mijn eigen ervaring en uit die van vele anderen. Het is soms wel een huzarenstukje, een heksentoer, monnikenwerk en het vraagt dat je vertraagt, reflecteert en je angsten overwint. Kortom, dat je aan persoonlijke ontwikkeling doet. Veel mensen zien daar ontzettend tegenop. Zo erg zelfs dat het hen erg goed uitkomt dat de hele wereld denkt dat er bij hen iets stuk is, en dat ze dat zelf ook liever geloven. Dan kan hen tenminste niets verweten worden. Ook al veroorzaken ze met hun lijden ook lijden in hun omgeving, met name bij hun kinderen, zoals KOPP’ers maar al te goed weten. 

Het psychische lijden wordt zo van generatie op generatie doorgegeven, niet omdat het in de genen zit, maar precies zoals we onze taal en cultuur doorgeven aan onze kinderen. Door het hen voor te leven. Onbewust en ongewild. Ook die conclusie wordt bevestigd door het onderzoek van Jim van Os, al verwoordt hij hem heel voorzichtig. 
Veel KOPP’ers hadden al ontdekt: onze ouders hebben hun psychische disbalans ook meegekregen uit hún achtergrond. En zij werden groot in een tijd waarin er weinig bekend en/ of mogelijk was op het gebied van emotionele ontwikkeling. In deze tijd zijn er veel meer kansen om je emotionele lei te schonen dan toen. Als je dat niet doet, geef je het door. Daarom is het niet alleen doodzonde, maar ook buitengewoon schadelijk om te geloven dat psychisch lijden een stoornis is waar in de basis niks aan te doen is. Die schadelijke overtuiging regeert al decennialang de ggz én de publieke opinie. Het is je misschien al eens opgevallen dat ik me daartegen te vuur en te zwaard verzet.

En nee, ik geloof helemaal niet in een maakbare wereld. Integendeel. Er bestaat lijden, en daar zullen we ons mee moeten verhouden. Maar er bestaat ook lijden dat voorkomen of gestopt kan worden als we daar gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen. Mensen die psychisch lijden kunnen en hoeven daar niet alleen voor op te draaien. Psychisch lijden is geen individueel probleem, het is een collectief, systemisch fenomeen. Emotionele ontwikkeling zou op een dag gewoon een onderdeel van het basisonderwijs moeten zijn.
Het lijkt misschien een rare vergelijking, maar we leren onze kinderen ook lezen en schrijven met alle liefde en geduld van de wereld. Ondanks dat dat moeilijk is, een huzarenstukje, bij ieder kind opnieuw. 

Zoals onze ggz nu is ingericht, zijn we daar nog mijlenver van verwijderd. Maar het onderzoek van Jim van Os is een stap in de goede richting en daarom juich ik dat – onder het slaken van zuchten van ongeduld – van harte toe. You rock, Jim!