KOPP-blog: hete bliksem

MIJN VORIGE BLOG BEËINDIGDE IK MET DE ZIN:
Ik ben god niet! Je zou denken dat ik het kunstje dus wel onder de knie zou hebben, zo langzamerhand: me niet meer schuldig voelen over zaken die buiten mijn eigen cirkel van invloed vallen. Nou, niets blijkt minder waar. Mijn zoon (19) is pasgeleden gediagnostiseerd met een auto-immuunziekte. Chronisch en ongeneeslijk. En ik voel me guilty as hell. Waarom heb ik dat niet eerder gezien? Waarom heb ik het niet voorkomen? Iets in mij gelooft werkelijk dat ik zijn ziekte helemaal in mijn eentje heb veroorzaakt. Alsof ik god ben, met de macht om ziektes als bliksemschichten naar beneden te sturen. 

Die vorige blog gaat over het ontstaan van dat grenzeloze verantwoordelijkheidsgevoel van KOPP’ers. Hoe klein we nog waren toen we de last van de verantwoordelijkheid op ons moesten nemen, toen we dus wel soort van god móesten worden. Hoe we geen keuze hadden, omdat die last zo voor ons ‘klaarlag’ in ons gezin van herkomst aangezien onze ouder(s) emotioneel instabiel waren. 
Ik ben nog niet klaar met dat thema, merk ik. Er zit ook een meergenerationeel aspect aan.

Waarom was/ waren onze ouder(s) eigenlijk emotioneel instabiel? Kwam dat door een psychische stoornis, die ergens in hun leven opgekomen is als poepen, en waren ze vanaf dat moment instabiel? Als je de psychiatrie moet geloven, werkt dat zo. Maar volgens mij ligt het causale verband andersom. Onze ouders ontwikkelden wat we de laatste decennia zijn gaan interpreteren als een ‘psychische stoornis’ omdát ze emotioneel al instabiel waren. Ik verdiep me al jaren in de geschiedenissen van KOPP’ers en zij vertellen mij de verhalen van hun ouders met psychische problematiek – stuk voor stuk mensen die trauma met zich meedroegen dat ze nooit verwerkt hadden. En waar onze ouders niet zijn opgegroeid in oorlogsgebieden, of getroffen door natuurrampen, gaat het daar (net als bij ons) om vroegkinderlijk trauma. 

Ja, KOPP’ers hebben vroegkinderlijk trauma. Ook als de grote problemen of de diagnose pas jaren later kwamen, was de emotionele instabiliteit bij onze ouder(s) er voor onze geboorte al. Daar ben ik van overtuigd geraakt omdat alle KOPP’ers die ik ontmoet heb, en dat zijn er inmiddels honderden, een gemeenschappelijk kenmerk hebben. We proberen ons met behulp van onze zeer scherp afgestelde antennes zó te gedragen dat we bij onze omgeving de juiste reacties creëren. Dat doen we omdat we, toen wij jonge kinderen waren, geleerd hebben om onze ouders te managen in plaats van onszelf. Dat overlevingsgedrag ontstaat al vroeg in de kindertijd, en zou overbodig zijn bij emotioneel stabiele ouders. Emotioneel stabiele ouders stimuleren hun kinderen om zichzelf te voelen. En ze begeleiden hen in het op een acceptabele manier leren uitdrukken van hun gevoelens en verlangens. 
Onze ouders hebben, uiteraard onbedoeld en ongewild, hun onverwerkte trauma als een emotionele hete aardappel aan ons doorgegeven. Eén van de effecten daarvan is het bovengenoemde. Dat heet ontwikkelingstrauma; het niet leren ontwikkelen van je eigen wil en/ of het niet effectief in de wereld leren zetten van je eigen wil. 

Wij kregen dus het onverwerkte trauma van onze ouders als een hete aardappel in onze mik geschoven. Daar waar het bij onze ouders niet over oorlogstrauma, natuurrampen of ziekte en/ of dood in de familie ging, kunnen we aannemen dat zij die hete aardappel weer van hún ouders doorgeschoven hebben gekregen. De verhalen die ik hoor over de opa’s en oma’s van mijn klanten, voor zover die bekend zijn, ondersteunen dit. In veel gevallen is het leed terug te voeren op oorlogstrauma, maar soms gaat het doorschuiven van hete aardappels nog veel verder terug. De aardappel wordt als zodanig onherkenbaar, maar héét blijft hij. Hete bliksem, zeg maar.

En precies zo heb ik mijn onverwerkte trauma doorgeschoven naar mijn eigen kind. Want ook mijn zoon vertoonde tekenen van traumatisering. In de eerste tien jaar van zijn leven kon ik dat niet onder ogen zien, maar (al was de situatie niet zo dramatisch als bij mijn eigen moeder) toch was ik lange tijd een emotioneel instabiele moeder. Waar had ik het ook vandaan moeten halen? Mijn eigen ouders hebben me niet geleerd hoe je ouder moet zijn en niet de emotionele veiligheid kunnen geven om een stabiele volwassene te worden.

Pas later ben ik actief aan mijn stabiliteit gaan werken zodat ik de moederrol beter kon vervullen. De grootste schade was toen al gedaan, al hebben we vanaf dat moment ook veel kunnen helen. Die schade werd veroorzaakt door het doorgeven van mijn hete aardappel, en die kon deels worden geheeld door het terug verantwoordelijkheid nemen daarvoor. Natuurlijk kon ik dat pas doen nadat ik de lading van mijn eigen ouders naast me had neergelegd – ik heb maar één paar handen. Ik ben god niet!

Fijn, dus die hete bliksem wordt doorgegeven van generatie op generatie en daarmee brandt iedereen zich aan iets wat buiten zijn eigen macht ligt. Wat een k-dynamiek! Wie mag ik daarvan de schuld geven? Als mijn ouders ook maar deden wat ze deden omdat ze trauma met zich meedroegen, gold dat ook voor mijn opa en oma, en mijn over- en betovergrootouders. Waar moet ik dan naartoe met mijn woede, met mijn aanklacht? 
Het enige dat ik kan doen, is stoppen met dragen. Dan hoef ik niet meer boos te zijn. En wat blijft er nog over van mijn eindeloze schuld, mijn grenzeloze verantwoordelijkheid, nu ik weet dat er maar één aardappeltje in die hele hete brij van mij is? Ik kán alleen maar mijn eigen deel doen. Waarmee ik het hele systeem een impuls geef, die het kan oppakken – of niet.

Ja, ik heb een aandeel in de problemen van mijn kind. Net zoals mijn ouders hun aandeel hadden in mijn traumatisering. En hun ouders in die van hen. We hebben als volwassenen allemaal onze verantwoordelijkheid en alleen als we die niet (voldoende) nemen, creëren we schuld. Onze uitdaging is om dat gegeven in de juiste proporties te zien. Ieder een stukje. Alleen je eigen stukje schuld kun je inlossen. Alleen je eigen stukje trauma kun je integreren. Nooit dat van je ouder, laat staan van alle vorige generaties. Speel niet met hete bliksem; je bent god niet en dat hoef je ook niet meer te zijn. Je hebt het al overleefd.