KOPP-blog: het trauma van het daderschap

IK HEB ER JAREN OVER GEDAAN,
uitvoerig onderzocht, aan den lijve op meerdere niveaus doorvoeld, gewikt en gewogen en vervolgens schoorvoetend voor het voetlicht gebracht. Veel mensen reageren op deze stelling als door een horde wespen gestoken. Da’s niet heel vriendelijk. En ik houd er niet van als mensen tegen mij tekeergaan, dat vind ik nogal triggerend, dus je snapt waarom ik zo voorzichtig ben geweest al die jaren. Aan de andere kant worden ook veel mensen blij van mijn stellingname, die steeds scherper wordt naarmate de interne en externe mist bij mij optrekt. Mensen voelen zich erdoor gezien en erkend, precies zoals ik mijzelf gezien en erkend voel door het onomwonden te stellen: Opgroeien als KOPP betekent per definitie psychotrauma oplopen. Zo, die is eruit. Lees verder, als je durft.

Trauma is een beangstigend onderwerp. Vandaar die uitdaging. We vinden er van alles van, dat wij nooit trauma kunnen hebben bijvoorbeeld, want anderen hebben het toch veel erger gehad. Het probleem is dat je dat niet kunt vergelijken. Je cognitieve brein snapt er namelijk niks van. Trauma is niet objectief, het is zelfs uitermate subjectief. Met andere woorden, precies dezelfde ervaring kan voor de ene persoon traumatiserend zijn en voor een andere persoon niet. Begin je al te zuchten? Wacht nog even met je oordeel. Er is een heel eenvoudig verschil dat het leeuwendeel van deze verscheidenheid verklaart. Namelijk de leeftijd van het slachtoffer. Hoe kleiner jij was toen de gebeurtenis zich voordeed, hoe groter de kans dat je er trauma aan overhield. Trauma wordt namelijk veroorzaakt door overweldigende gebeurtenissen. En het zal duidelijk zijn dat de betekenis daarvan voor een baby heel anders ligt dan voor een volwassene. 

Er zijn verschillende soorten psychotrauma. Ik zal ze niet allemaal noemen, alleen die algemeen relevant zijn voor KOPP. Er is hechtingstrauma, een terugkerende ervaring van emotionele onveiligheid die chronisch aanwezig blijft gedurende de kindertijd. Dat leidt tot ontwikkelingstrauma, het kind leert niet om zichzelf te voelen en kan zich daardoor niet ontwikkelen vanuit zijn eigen verlangens, want het heeft zijn antennes altijd alert op papa en mama (en hún verlangens) staan. Er is shocktrauma, dat gaat over een enkelvoudige gebeurtenis, bijvoorbeeld de opname van je moeder in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat is traumatiserend voor het hele gezin. Shocktrauma kan vroegkinderlijk zijn, waarbij de schrik en de stress zo in je vezels zitten dat het lijkt of je ermee geboren bent. En het kan ook later opgetreden zijn. Dan is het gemakkelijker te pinpointen en ook gemakkelijker om los te laten. Meestal betekent KOPP-trauma een mengeling van deze varianten.

Wat minder bekend is maar misschien nog wel het meest pijnlijk, is dat er vervolgens – vaak al in de kindertijd maar zeker in het volwassen leven – nóg een vorm van trauma optreedt. Namelijk het trauma van het daderschap. Wat, daderschap? Nu wordt het echt controversieel. Dit is het allermoeilijkst om onder ogen te zien. Lees verder, als je durft!

Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik ooit samen met mijn zusje, ik was nog maar vijf jaar oud, een kleiner kind in een fontein heb geduwd. Ik voel nóg de verplettering en angst van het kind. En het uitgelaten en baldadige gevoel van macht. Tot onze verdediging kan ik aanvoeren dat wij ernstig getraumatiseerd waren. Niemand is er ooit achter gekomen, ik heb dus nooit de kans gehad om het recht te zetten. Maar mijn lichaam reageert op deze herinnering met stress, wat bewijst dat deze daad evenzeer traumatisch is geweest voor mijzelf als voor het slachtoffer. 

Dit is een redelijk onschuldig voorbeeld, een kind dat zich afreageert op een kleiner kind. We beschouwen dat misschien niet zo als daderschap. Maar als oudere kinderen of volwassenen hetzelfde doen, ziet dat er toch anders uit. En afreageren, dat doen we allemaal. Je moet toch ergens naartoe met die stress. Als we niets met ons trauma doen, dan is er afweergedrag nodig om het onder het deksel te houden. En dat afweergedrag heeft de vorm van afreageren, naar buiten of naar binnen. Daarin zit hem het daderschap. Je richt schade aan, hetzij aan jezelf, hetzij aan de ander. Daderschap kan dus ook naar jezelf gericht zijn. Maar vergis je niet, als je ‘slechts’ dader bent naar jezelf, jezelf naar beneden haalt of niet goed verzorgt bijvoorbeeld, heeft dat invloed op jouw kind(eren). Die moeten het namelijk compenseren. Of je dat nou bewust van ze vraagt of niet. En daarmee raken je kinderen ook weer getraumatiseerd.

Dus nog een controversiële stelling: Trauma gaat over van generatie op generatie vanwege dat daderschap. Bijna altijd ongewild en onbedoeld, ja natuurlijk! Haast niemand wil zijn kind beschadigen, ook onze ouders zijn dat nooit van plan geweest. Maar het is wel gebeurd. En ook ík heb als ouder mijn kind beschadigd. Ik vind het vreselijk, maar het is niet te voorkomen als je trauma met je meedraagt. Met onverwerkt trauma zijn we gedoemd om dader te worden, naar onze omgeving en naar onze kinderen. Ik heb het niet zelf bedacht, maar wel onmiddellijk herkend; traumadeskundige Franz Ruppert benoemt het trauma van het daderschap expliciet als ‘sluitstuk’ van de persoonlijke traumageschiedenis.

Nou zeg, heb je geen leukere boodschap, denk je misschien. Voel je de weerstand om dit te geloven? Dan ben je echt niet de enige. Het is erg verleidelijk om deze waarheid terzijde te schuiven. Maar ik gok erop dat velen van jullie het al aan den lijve ondervonden hebben. En dus – net als ik destijds – zullen herkennen dat het klopt, ondanks frisse tegenzin. Wij KOPP’ers zijn bij uitstek degenen die kunnen zien dat het zo werkt. Wij kunnen er op een dag niet meer onderuit. Het vraagt heel veel moed om deze conclusie te trekken, maar die moed die hebben wij – we moeten wel, als we willen functioneren.

Precies dát is de reden dat dit niet algemeen bekend is. De mensen die zó al goed functioneren en dus de luxe hebben om dit gewoon niet te willen geloven, zijn degenen die de touwtjes in handen hebben in de ggz, de politici, de psychiaters en psychologen die het beleid maken, en niet te vergeten de verzekeraars. En zo kan het dus gebeuren dat trauma onbelemmerd wordt doorgegeven van generatie op generatie. Zonder dat het als zodanig (h)erkend wordt. Zonder dat er behandeling voor is. Zonder dat er onderzoek naar gedaan wordt. Nou ja, dat laatste is niet helemaal waar. Er is voldoende onderzoek gedaan, maar de uitkomsten worden niet serieus genomen. Te verontrustend.

Uiteindelijk – dit geloof je hopelijk wel – is mijn boodschap er één van perspectief: Wie zijn trauma onder ogen ziet en integreert, hoeft het niet meer door te geven. Trauma kan ‘verwerkt’ (geïntegreerd) worden. Meestal niet in de ggz, helaas. Er wordt gewerkt aan een paradigmaverschuiving in de ggz, onder andere door mij. Hopelijk wordt het voor de volgende generatie gemakkelijker om daar adequate behandeling te halen. Wij zullen het moeten doen met begeleiders die weet hebben van trauma. En die zijn behoorlijk dun gezaaid.

Het is moeilijk om trauma onder ogen te zien, dat is inherent aan het verschijnsel. Je eigen daderschap onder ogen zien is waarschijnlijk het allermoeilijkste. Alle kenmerken van trauma zijn erop van toepassing. Oók de mogelijkheid om het te integreren!