KOPP-blog: Geen zin

IK HEB VANDAAG GEEN KLANTEN,
dus moet het in de komende uren gaan gebeuren: een nieuwe KOPP-blog schrijven. Meestal komen de woorden vanzelf, maar deze keer heb ik geen idee waarover ik moet schrijven. Ik voel me een beetje… leeg. Niks mee te maken. Je moet! brult Superego. Het moet nú gebeuren. Met andere woorden: ‘Schrijven, kreng!’ Erg onvriendelijk. 

Vanochtend toen de wekker ging begon het al. Je moet! Nu! D’r uit! In tijden dat mijn Superego zo kortaangebonden aanwezig is, heb ik geen zin in de dingen. Of is het andersom, is Superego zo kortaangebonden omdat ik geen zin heb? Beide natuurlijk. Het één beïnvloedt het ander, en als ik dat laat gebeuren, kom ik zó in een neerwaartse spiraal die uitmondt in depressie. Ik noem dit de depressieve spiraal. Deze dynamiek – althans als je hem laat dooretteren – leidt uiteindelijk tot een enorme vermoeidheid, want wát een energie gaat erin zitten zeg! De innerlijke dialoog tussen Superego en het kind, waarbij het kind zich koppig verzet: Nee! Ik doe het niet! maar ondertussen wel volop in de stress zit. En Superego die schuimbekkend woedend wordt omdat het kind niet doet wat hij zegt. Het is een interne machtsstrijd waarbij beide partijen steeds feller van leer trekken. Het is als gasgeven en remmen tegelijk. Dat is niet zo goed voor de auto en het effect ervan is – inderdaad – STILSTAND. Het is ook niet zo goed voor jezelf; feitelijk doe ik mijzelf geweld aan als ik dit laat gebeuren.

Waarom doe ik dit? Hoe komt deze interne machtsstrijd tot stand? De meeste interne dynamiek is een afspiegeling van ons systeem van herkomst. Zo hebben we het namelijk geleerd. Dus als je er als klein kind aan gewend bent geweest om scherpe kritiek te krijgen, in de gaten gehouden en beoordeeld te worden, al je handelingen geordend te zien in ‘lief’ of ‘stout’, goed of slecht, dan doe je dat als je volwassen bent ook bij jezelf. Hoe je jezelf beoordeelt en bekritiseert, krijgt vorm in de ‘persoon’ van Superego. Hoe meer energie daarop zit in het heden, hoe groter de stress in je kindertijd geweest is en/of hoe jonger je was toen die stress zich voordeed. In mijn systeem van herkomst was er rondom de gekte van mijn moeder, in de eerste drie jaren van mijn leven, veel stress. Deze situatie eindigde met haar gedwongen opname. Mijn vader zag het gezin instorten en zichzelf alleen overblijven met drie kleine kinderen. Niet zo vreemd dat hij in die tijd kortaangebonden was en staccato zijn bevelen gaf. Hij was in paniek. Voor wat wij er als kinderen aan beleefden, was helemaal geen ruimte: het was immers een crisissituatie. 

De betekenis van mijn innerlijke machtsstrijd als ik ’s ochtends niet uit mijn bed wil komen, grijpt terug op deze situatie, die mijn leven behoorlijk getekend heeft. De onderliggende boodschap van mijn Superego is: als je niet doet wat ik zeg, word ik heel erg bang dat de boel instort. In feite vertolkt hij de stem van mijn vader, met de intensiteit van de paniek van toen, en – niet onbelangrijk – zoals die werd begrepen door het kleine meisje dat ik toen was. De feitelijke boodschap van het innerlijke kind is: ik kan mij niet aanpassen en doen wat jij zegt. Ik verlies hier mijn moeder. Tóen moest ik wel, ik had geen keus. Ik heb mij aangepast en geschikt en mijn gevoelens netjes onderdrukt, zoals de meeste KOPP’ers dat noodgedwongen doen om te overleven. In de puberteit (als de omstandigheden dat mogelijk maken) of ergens in de volwassenheid wordt het innerlijke kind soms eindelijk aanpassingsmoe en gaat in de rebellie. Mijn innerlijke kind dat koppig zegt: Nee! Dat doe ik niet! rebelleert tegen al die eerdere aanpassing en steekt daar behoorlijk wat energie in.

Dus daar lag ik dan vanochtend met mijn interne strijd. Geen beweging in te krijgen. Maar ik weet inmiddels: de depressieve spiraal is een doodlopende weg, daar ben ik al geweest. In bed blijven is dus geen optie. 

Wat er nodig is, is dat ik Superego bevestig (Ik hoor je, ik weet hoe bang je bent) zodat die even zijn mond houdt. Daarna nodig ik het kind uit om zich uit te spreken. ‘Waarom wil je je bed niet uit?’ GEEN ZIN! IK HEB GEEN ZIN! IK WIL NIET! Alleen om daaraan gewoon hardop ruimte te geven, lucht al zodanig op dat ik rechtop in bed zit. Zeg ‘ja’ tegen je ‘nee’. En overdrijf het vooral flink. Dus ik kom mopperend uit bed, met kinderlijke teksten: IK VIND HET ALLEMAAL SUPERSTOM! Ik sla een paar keer op mijn kussen en stampvoet eens goed. Hèhè, dat lucht op. De dag kan beginnen.