KOPP-blog: doen alsof

TOEN IK NET TWINTIG WAS, REISDE IK DE WERELD ROND.
Ik kende nog geen angst en ik had een weinig reëel beeld van wat eigenlijk gevaar was. Ik sliep in mijn eentje op het vliegveld van Bangkok, mijn hoofd op mijn rugzak. Dat deed me niks. Waar ik wel sterk door van slag raakte, was de omgang met mensen uit een onbekende cultuur. Als alleenreizende witte vrouw kreeg ik nogal wat aandacht, en aangezien ik gewend was om mezelf zoveel mogelijk onzichtbaar te maken, gaf dat stress. Maar wat erger was: onbekende gewoontes. Zelfs de lichaamstaal was anders in die contreien – ik snapte niet wat de mensen daar van mij wilden. Ik was gewend om me zo te gedragen als de ander van mij verwachtte, maar toen ik daarover ineens in het duister tastte, raakte ik helemaal de kluts kwijt. Je begrijpt, Kassandra als backpacker was niet het meest succesvolle hoofdstuk in mijn leven.

Als er iets is dat wij KOPP’ers gemeen hebben, dan is het wel dat we sterk de neiging hebben om ons eigen doen en laten te beoordelen door de ogen van de ander. We zijn in staat om, onbewust en bliksemsnel, de non-verbale signalen van de ander op te vangen en ons gedrag daarop aan te passen. Als de ander tevreden is, hebben we ‘het’ goed gedaan en als ons handelen een onplezierige reactie oproept, hebben we ‘het’ fout gedaan. Bij veel KOPP’ers zit dit gegeven zó in hun vezels dat ze zich daar absoluut niet van bewust zijn. Herken jij jezelf in het beeld van de kameleon: in verschillende omgevingen neem je steeds een andere kleur aan? Dat is wat ik deed. Alleen de kleuren van Thailand en India had ik niet in mijn repertoire en dat was een behoorlijk beangstigende ervaring voor mij. 

Je hoeft hier geen oordeel over te hebben; dit is zoals het gaat. Er is geen goed of fout. We ontwikkelen als kind eenvoudig dát gedrag dat ons in staat stelt om te overleven. Kinderen worden geboren met het vermogen om zich aan te passen en het vermogen om te experimenteren. De taak van ouders is om hun kinderen binnen een bepaalde structuur, met veilige grenzen, te laten experimenteren. Die structuur bestaat bijvoorbeeld uit de taal die gesproken wordt binnen het gezin, de omgangsvormen die gehanteerd worden, eerst binnen en later ook buiten het gezin. De grenzen betreffen de soorten van gedrag die wel of niet geaccepteerd worden. Aan deze structuren en grenzen moeten kinderen zich aanpassen. Het experimenteren dat ze daarbinnen mogen doen, maakt dat ze zichzelf kunnen leren voelen, ervaren en uiten. Met het opgroeien krijgt een kind een steeds beter beeld en gevoel van zichzelf ten opzichte van zijn omgeving. Dit verlang ik, zo breng ik dat in de wereld en ik kan reageren op het al dan niet vervuld krijgen van mijn verlangen. In een veilige omgeving krijgen kinderen een gezonde mix mee van aanpassen en experimenteren. 

Kinderen die opgroeien in een emotioneel onveilige omgeving, ervaren weinig tot geen ruimte om te experimenteren. Als het van levensbelang is om papa niet boos te maken of om niks van mama te vragen, valt er weinig te experimenteren. KOPP-kinderen leren om de emoties van papa en mama te managen, niet die van henzelf. En dat heeft grote gevolgen. Het voordeel ervan is dat de meeste KOPP’ers gezegend zijn met zeer scherp afgestelde antennes voor hoe de vlag erbij hangt bij de ander. Daar is niets mis mee; je kunt er veel profijt van hebben in je (professionele) leven. Het nadeel is dat er dus ook iets is dat we NIET geleerd hebben. Iets dat we alsnog moeten leren, en wel from scratch, willen we emotioneel volwassen in het leven kunnen staan. 

Dat ongrijpbare iets gaat over onszelf ervaren vanuit de feedback van ons eigen lichaam. Ieder lichaam geeft feedback aan de eigenaar. Emoties geven fysieke sensaties. KOPP’ers leren om (een deel van) deze signalen te negeren. Je moet het zo zien: als je door een mug gestoken wordt op het moment dat je staat te wankelen op de rand van een afgrond, voel je die muggenprik helemaal niet en ben je je er ook niet van bewust dat je een signaal mist. Er is dan namelijk iets anders dat de prioriteit heeft. 

Zo is het ook met opgroeien in een emotioneel onveilige omgeving. Vaak hebben we voor onze basale gevoelens en behoeften zoals honger, kou of pijn wel actief aandacht gekregen, en als dat zo is, voelen en herkennen we die feedback van ons lijf dus ook. Al zijn er KOPP’ers die zelfs deze signalen hebben leren negeren. Subtielere signalen, zoals het voelen van je grens (=boosheid) of het verlangen naar fysiek contact (gemis, verdriet), zijn vanwege die afgrond vaak zo stelselmatig genegeerd dat we ook als volwassene werkelijk menen dat we nooit boos of verdrietig zijn.* Maar, beste mensen, dat bestaat niet. Zolang je niet onder een steen leeft, ervaar je de hele dag de vier B’s: Boos, Bang, Blij, Bedroefd, in wisselende mate. Ons lichaam geeft ons de hele dag feedback. De uitdaging voor KOPP’ers is om ernaar te gaan luisteren. Begin maar vast met bodyscannen of mediteren!

Want alleen als je leeft vanuit jouw eigen impulsen, vanuit de feedback die je van je eigen lichaam krijgt, kun je zijn. Als je om jouw eigen waarde en gedrag te bepalen afhankelijk bent van de feedback van de ander, betekent dat dat je niet kunt zijn, alleen maar kunt doen alsof. Kun je je voorstellen hoeveel energie je zou overhouden als je zou ophouden met de hele dag, dag in dag uit, je hele leven doen alsof? Nog afgezien van de andere nadelen, zoals afhankelijkheid, gebrek aan spontaniteit en authenticiteit, burn-out en krampen in je lijf. Je gaat immers tegen de impulsen van je lichaam in. 

En nee, je kunt natuurlijk niet alleen maar leven vanuit je eigen impulsen. Het gaat om een gezonde mix van aanpassen en experimenteren. En ja, als je gaat experimenteren, loop je onherroepelijk tegen de grenzen van anderen aan. Voor ons KOPP’ers is dat zo ongeveer het engste dat er bestaat. Dat is niet erg, ook angst hoort bij het leven. Stap voor stap, met angst en beven van doen alsof naar zijn, dat is onze opdracht. 

.

*Zoals altijd is hier ook de andere extreem mogelijk: het juist gaan uitleven van de spanning met pseudo-gevoelens. Hysterisch of agressief gedrag vertonen, of iets milder: drama maken of een kort lontje hebben. Dit zijn vormen van afweer, net zoals het niet-voelen dat is.