KOPP-blog: contact op de grens

DUS JE BENT EEN DAPPERE VOLWASSEN KOPP’ER,
zo ver in je proces dat je je ouder de waarheid kunt zeggen. En je zegt op redelijke toon: Mama, ik heb me door jou niet gezien gevoeld. Zegt je moeder ijzig: Kind, je weet niet wat je zegt. Ik jou niet gezien? Ik ken jou beter dan jij jezelf kent. Of je zegt tegen je vader: Je was er nooit. Ik heb je gemist. En vader schreeuwt: Hoe durf je zoiets tegen me te zeggen! Ondankbaar kreng! Auw!

Veel mensen van mijn generatie herinneren zich hun vader als de man die achter zijn krant zat en niet gestoord mocht worden. Zo ook de makers van het filmpje Wie is toch die man die op zondag het vlees komt snijden? (Emotioneel) afwezige vaders schijnen we in dit land veel te hebben, daar hoeven ze geen psychiatrisch labeltje voor te krijgen. Voor onze moeders hebben we andere clichés: die zijn eerder bemoeizuchtig of kunnen hun kinderen niet loslaten. De twee voorbeelden in de eerste alinea zijn van hetzelfde laken een pak, maar dan wat heftiger. Meer labeltjes-waardig, zeg maar.

Het gaat hier over afstand en nabijheid. De vleessnijdende vader is een voorbeeld van teveel afstand, evenals de schreeuwende, maar die dan in de overtreffende trap. (Blijf uit de buurt van mijn hart!) Overbezorgde en bezitterige moeders zitten juist te dicht op de huid van hun kroost en dat kan net zo gewelddadig zijn. (Jij bent van mij dus je moet voelen wat ik wil dat je voelt, anders trap je op mijn hart.) Natuurlijk zijn deze voorbeelden rolbevestigend, er bestaan net zo goed agressief afstand houdende moeders en overbezorgde, bezitterige vaders. 

Ik weet het, het is ongelofelijk saai, maar emotioneel gezond ben je als je tussen afstand en nabijheid het evenwicht weet te bewaren. De juiste afstand tot de ander heet Contact op de grens. En contact op de grens leidt tot intimiteit. In de voorbeelden in de eerste alinea doen die dappere KOPP’ers dat heel goed. 

Deze afstand en nabijheid zitten hem niet per se in het fysieke, alhoewel dat natuurlijk ook kan. Nooit fysiek contact bijvoorbeeld, of juist een ouder die voortdurend aan je plukt. Een andere belangrijke factor is aandacht. Iemand kan naast je zitten terwijl je toch het gevoel hebt dat je lucht bent voor diegene. En je kunt je ook vervelend (of juist overgelukkig) voelen doordat iemand aan de andere kant van de kamer voortdurend met zijn aandacht bij jou is. Het gaat hier ook niet alleen over ouders en hun kinderen. Het afstemmen van afstand en nabijheid is een structurele sociale vaardigheid. Het vermogen om contact te hebben op de grens, vooral tussen twee ouders, maakt dat hun kinderen leren dat dát de bedoeling is. Dat is waar alle mensen, bewust of onbewust, naar verlangen. Écht contact. Intimiteit. 

Hoeveel van onze ouders konden dat? Contact zoeken, aangaan en verduren OP de grens? Met alle emoties die er dan zijn? Dat is spannend gebied, hoor! Daar worden we zichtbaar voor de ander, daar zijn we kwetsbaar. Daar is emotionele gezondheid voor nodig, precies datgene waaraan het onze ouder(s) ontbrak. Ouders met psychische problemen, van welke aard dan ook, onderscheiden zich vooral door hun onvermogen om wérkelijk in contact te zijn. De depressieve vader of moeder trekt zich terug van het gezin en van de contactgrens. De emotioneel afhankelijke vader of moeder overschrijdt de grenzen van de gezinsleden en de contactgrens. De ouder met borderline doet het om en om, nu eens niet aanraakbaar, dan weer als een bulldozer overal overheen walsend, maar altijd dramatisch. Om en om, dat geldt ook voor de manisch depressieve ouder, alleen is daar de frequentie van die wisseling en de hoeveelheid drama meestal wat lager. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te geven. Ook voor ouders met psychische problemen zonder labeltje. Let maar eens op, dat wat je van hen wilt, werkelijk gezien worden, werkelijk contact, dat is precies het probleem: dat schijnt maar niet te lukken. Welke tactiek jij ook uit de kast haalt.

Iemands psychische gezondheid blijkt vooral uit diens vermogen tot het beleven van intimiteit, van contact op de grens. En vergis je niet, dat is lang niet altijd gezellig, zoetsappig of soft. Stop! Dit vind ik echt niet oké! kan ook intimiteit zijn. Als je degene tegenover je daarbij gelijk een linkse hoek geeft, is dat over de contactgrens. En als je, zoals veel KOPP’ers doen, een dergelijke tekst alleen zachtjes en aarzelend kunt uitspreken terwijl je de ander niet aankijkt, dan is dat weg van de contactgrens. 

Al het overschrijden of juist terughouden van de contactgrens dat wij met elkaar de hele dag doen, is pijnlijk. Ik doel dan op bijvoorbeeld op korte lontjes of de commentaren op social media (over de grens), of het najagen van status en bezit (vér weg van de contactgrens). Maar we zijn daar in onze cultuur zo aan gewend dat we dat niet eens meer voelen, behalve kleine kinderen, die reageren er wel op. En KOPP’ers zijn zich vaak veel meer bewust van die pijn, dat gemis, dat ongemak of die irritatie dan de gemiddelde volwassene. Maar wij hebben dan ook met veel extremere grensoverschrijdingen of juist terughouding van de grens te maken gehad toen wij opgroeiden, en we dealen nog dagelijks met de gevolgen daarvan. Onze ouders hebben ons in elk geval NIET kunnen voorleven hoe je dat doet.

En dat betekent dat dat ook voor ons een grote uitdaging is. Toen wij kinderen waren en nog volop aanwezig OP de contactgrens, werd ons dat niet in dank afgenomen. We hebben ervaren dat we verstikt of overspoeld werden en ons dus teruggetrokken van de contactgrens. Of we hebben ervaren dat vader of moeder niet beschikbaar was, en zijn de contactgrens gaan overschrijden om hen toch te bereiken. We hadden ze immers nodig. Parentificatie is daar een voorbeeld van; kinderen die – noodgedwongen – hun ouders gaan redden, in hun energie gaan zitten, hen voortdurend in het oog houden.

Eén van de belangrijkste dingen die KOPP’ers te leren hebben, is zichzelf (weer) gaan voelen en ervaren op de contactgrens. Daarvoor moeten we oude verboden overtreden en oude geboden negeren. We moeten zichtbaar worden waar we geleerd hebben om ons terug te trekken. We moeten stilhouden, de afstand verdragen én de ander aanspreken als die terughoudt. Dat is voor ons heel beangstigend. Vroeger hing ons leven ervan af om ons aan de ongeschreven regels te houden; nu moeten we juist het omgekeerde gaan doen. Verrot moeilijk. Wees zacht voor jezelf als het niet zo goed lukt. En verwar het al dan niet slagen van je poging niet met het resultaat!

De KOPP’ers uit de eerste alinea is het wél goed gelukt. Het resultaat was misschien pijnlijk, onbevredigend, woedend makend, maar best helder: Blijf uit de buurt van mijn hart. Ik ga me door jou echt niet laten raken. Dat is waardevolle informatie, of je hem horen wilt of niet.