KOPP-blog: brussen

HOE IS JOUW VERHOUDING MET JE EVENTUELE BROERS EN ZUSSEN?
Dikke kans dat je de nodige strubbelingen ervaart. Misschien verblijft er zelfs een  brus van je in een inrichting, als KOPP lopen we daarop immers een verhoogd risico. De verhoudingen tussen de volwassen geworden KOPP-brussen is vaak moeizaam. En dat is niet zo gek.

Van onze ouders weten we het wel: omdat we ooit kwetsbaar en afhankelijk van hen waren, is wat we aan hen beleefd hebben bepalend geworden voor de manier waarop we het leven begrijpen en er emotioneel op reageren. Dat geldt voor iedereen, niet alleen voor KOPP’ers.
Weliswaar hebben KOPP’ers er meer last van in hun volwassen leven, zij hebben immers meer ongezonde dingen aan hun ouders beleefd. Als er íets is dat triggers opwekt in het volwassen leven, is het wel de omgang met de ouder(s). Je kunt nog zo goed leren omgaan met je KOPP-achtergrond en bijvoorbeeld tegenwoordig heel wel in staat zijn om je baas een veeg uit de pan te geven (of voor degenen bij wie de uitdaging andersom ligt: heel wel in staat zijn om je beleefd te gedragen naar je baas), eenmaal in de energie van het ouderlijk huis schiet je onverbiddelijk terug in je oude rol. Het is ‘universitair niveau’ om daarmee te leren omgaan en menig KOPP’er doet er zijn/haar hele leven over. Ik ook. Ik heb vele levenslessen moeten leren om stukje bij beetje mijn oude beelden over mijn ouders bij te stellen en om de bijbehorende achterstallige emoties een plek te geven.

De ouder-kindrelatie, en ook de relatie tussen leidinggevende en medewerker, zijn verticale relaties. Vandaar dat zich bij ons KOPP’ers zo vaak triggers met onze leidinggevenden voordoen. Wat we meemaken in die interactie, verwijst dan meestal direct naar de interactie met de ouders. Als we triggers ervaren met onze collega’s, verwijst dat meestal direct naar onze relatie met brussen, voor zover we die hadden, uiteraard. Deze triggers in de horizontale relatie zijn doorgaans minder beladen, behalve wanneer we met onze brus in een machtsverhouding stonden.

Wat in KOPP-gezinnen namelijk veel vaker voorkomt dan in het algemeen, is dat broers en zussen noodgedwongen de vader- of moederrol op zich nemen. Of dat ze uit frustratie op een andere manier macht gaan inzetten naar een brus. De relatie tussen broers en zussen is natuurlijkerwijs horizontaal, gelijkwaardig. Net als de relatie tussen collega’s, buren of vrienden. Maar als grote broer of zus noodgedwongen de verantwoordelijkheid voor het gezin op zich neemt, of als hij of zij misbruik maakt van de kwetsbaarheid of de afhankelijkheid van een brus en daarin niet gecorrigeerd wordt, komen de kinderen in een verticale positie ten opzichte van elkaar. Er ontstaat dan een relatie waarin macht een rol speelt, terwijl hij gelijkwaardig zou moeten zijn en dat misschien voor een deel óók is. Op z’n minst geeft dat verwarring tussen horizontale en verticale relaties.

Voorbeeldje. Je zus hield jou altijd uit de wind als het thuis hommeles was omdat jij klein en kwetsbaar was. Trigger: in het hier en nu kun je enorm woest worden als je door je collega’s ergens buiten gehouden wordt. Om die trigger in een horizontale relatie te begrijpen, moet je dus vooral naar je zus kijken.
Bovendien zal de relatie met deze zus, ook nu jullie volwassen zijn, misschien moeizaam verlopen. Jij vindt haar een vervelende betweter. Je irriteert je dood aan haar – al dan niet vermeende – betutteling, je krijgt het er stikbenauwd van. Ook dat is een trigger. Deze verwijst naar jullie niet goed functionerende ouders. Het was ooit de overlevingsstrategie van je zus om voor jou te zorgen en dat heeft ze misschien nog niet volledig afgeleerd.

En stel, jij bént deze zus; degene die de anderen altijd uit de wind hield. Dan zal het buitengewoon pijnlijk zijn wanneer je brussen je vragen waarom je nou toch na al die jaren nog over je KOPP-verleden zeurt. Zij hebben immers nergens last van. Herkenbaar? Dit geeft een diep gevoel van miskenning, je hebt immers veel energie in hun welzijn gestoken ten koste van jezelf. Als je hier in je wrok blijft hangen, kan die een leven lang duren.

Ook pijnlijk: een heel normaal verschijnsel wanneer er een nieuwe baby geboren wordt, is een jaloerse peuter. Voor ouders die goed in hun vel zitten is het soms al moeilijk om deze jaloerse razernij (op peuterleeftijd is de menselijke soort op z’n gewelddadigst!) goed te begeleiden. In een KOPP-gezin kan dit verschijnsel een rampzalige lading krijgen. Stel je een twee- à driejarige voor die een onveilige, emotioneel afwezige moeder heeft. Zo’n kindje voelt zich toch al verdrietig, woedend en machteloos en kan die gevoelens nog niet reguleren, dat moeten de ouders nog voor hem doen. En dan komt er een broertje of zusje bij dat hem de laatste restjes aandacht afsnoept. Er zijn genoeg peuters die hun frustratie afreageren op de kwetsbare baby. Ouders met psychische problemen zullen hier meestal niet goed op reageren. Dus het jaloerse kind krijgt van onder uit de zak. Daar worden de verhoudingen niet beter van, uiteraard. Of de ouders zien het niet gebeuren, of ze zien het wel maar grijpen niet in. Als zo’n thema lang genoeg doorettert, zorgt het voor veel pijnlijk script. De baby van toen zal zich misschien zijn leven lang ten diepste ongewenst blijven voelen, of ‘degene die alles verpest’, of de overtuiging hebben dat hij iets goed te maken heeft.

En vergis je niet: ook die peuter, en de brus die later zijn macht misbruikt, is slachtoffer. Hij is immers ook een KOPP’er. Het kan zijn overlevingsstrategie worden om zijn gevoelens af te reageren op de jongere brus. De ervaring van de jaloerse peuter is immers dat hij ieder moment aan de kant gezet kan worden voor iemand die leuker en/of kwetsbaarder is; dat kan hem zijn leven lang het gevoel geven dat hij nog iets van de wereld tegoed heeft. Of hij is er ten diepste van overtuigd dat hij een slecht mens is en anderen kwaad doet, ook al is daar in de volwassenheid misschien helemaal geen sprake meer van. De waarheid is dat hij toen niet geleerd heeft om zijn gevoelens te reguleren.

Een kind dat zijn macht misbruikt, is onschuldig. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om zijn gedrag in goede banen te leiden. Maar in het hier en nu zal de relatie met deze brus waarschijnlijk zeer ongemakkelijk zijn. De brussen voelen, zoals dat vaak het geval is in KOPP-gezinnen, een diepe en verwarde lading naar elkaar. Maar in welke positie je ook staat: jullie zijn allemaal slachtoffer. Je woede jegens je brus zal je nergens brengen. Het enige dat helpt is onder ogen te zien dat je ouders niet goed genoeg functioneerden. Als je daarover kunt rouwen, bevrijd je je brus, en daarmee ook jezelf, van de last.