KOPP-blog: braakneigingen

OMDAT IK ALS KIND VEEL HEB GELEDEN ONDER GESNAUW,
oordelen en afkeuring, durfde ik op zekere dag bijna niet meer te bewegen. En dus ook niet meer te leren, me te ontwikkelen. Ik hunkerde naar een lieve moeder die altijd van me zou houden, die altijd achter me zou staan. Ik maakte me afhankelijk van de goedkeuring van anderen, want helaas had ik die lieve moeder niet. In mijn volwassen leven moest ik eerst dat voldongen feit accepteren en vervolgens leren om lief voor mezelf te zijn. En vooral om mezelf permissies te geven, want die had ik nodig om me alsnog te kunnen ontwikkelen. Ja, je mag fouten maken. Ja, je mag op je bek gaan. Ja, je mag met je mond vol tanden staan, een flater slaan, een blunder maken, en nog steeds ben je een waardevol mens. Je mag opstaan, je hoofd optillen, jezelf en de ander in de ogen kijken en weer doorgaan. Ja, je mag uit je slof schieten, woedend worden, andere mensen laten schrikken – je kunt altijd weer ‘sorry’ zeggen.
Dit was de soort ondersteuning die ik nodig had. Permissie om te doen, te voelen, te zijn. Goedkeuring, de energie van de harmonie. Het ‘samen’. Die ik zo nodig had omdat ik die andere kant zo goed kende: de energie van de afkeuring, van het onderscheid, het ‘apart’.
Omdat ik door mijn eigen venster naar de wereld keek, zoals we dat allemaal doen, dacht ik dat iedereen behoefte had aan datzelfde. Ik dacht dat ‘samen’ beter was dan ‘apart’. Ik kon me niet voorstellen dat een mens daar een teveel van zou kunnen krijgen.

Wel dus, zo ondervond ik later in enkele te kleffe relaties. En leerde ik van mijn coachklanten. Het ervaren van je eigen autonome ‘ik’, helemaal los van een ander, is een essentiële vaardigheid om emotioneel op eigen benen te staan. Er zijn ook vele KOPP’ers die in plaats van stelselmatig afgebrand, juist gesmoord werden in ‘liefde’, in ‘samen’. En dat kan heel ver gaan, zo ver dat je als kind niet mag voelen wat je zelf voelt, maar moet voelen wat je ouder voelt. Zoals in een symbiose. Een gezonde symbiose is de toestand waarin moeder en baby dezelfde belevingswereld delen. Ze zijn nog emotioneel, en in het eerste stadium zelfs fysiek, één. Voor een gezonde ontwikkeling moet dat gevoel van eenheid gaandeweg plaats gaan maken voor een nieuwe ervaring, het gevoel van eigenheid, autonomie. Als de moeder (al zijn er zeker ook vaders die deze rol nemen) zelf een groot verlangen naar symbiose heeft, bijvoorbeeld omdat ze zelf nooit een liefdevolle moeder gehad heeft, dan kan het zijn dat ze haar kind niet laat gaan. De eens gezonde symbiose wordt dan vanzelf ongezond. Dit kan zich heel letterlijk en fysiek voordoen; de moeder zit bijvoorbeeld voortdurend aan het kind te plukken, gedraagt zich alsof het kinderlichaam háár lichaam is. Een kind dat zich deze grensoverschrijding moet laten welgevallen, zal waarschijnlijk een afkeer ontwikkelen van aanraking.
Als meest extreme uiting van ongezonde symbiose beschouw ik het Syndroom van Münchhausen by Proxy, waarbij vader/moeder het kind fysiek schade toebrengt om zelf aandacht te krijgen van omstanders en artsen.
Een teveel aan symbiose kan ook betekenen dat het kind geen autonome gevoelens worden toegestaan. Het kind dat dit overkomt, zal zich niet gezien en gekend weten. Bovendien twijfelt het als volwassene aan de eigen beleving en weet het vaak niet wat het voelt; het heeft immers steeds te horen gekregen dat zijn autonome gevoelens niet klopten of onacceptabel waren. Waarmee de geschiedenis zich onherroepelijk herhaalt, want wie zich niet kenbaar kan maken, wordt wederom niet gekend.
Gesmoord worden in ‘liefde’ (lees: verplicht SAMEN) is een erg ingrijpende, chronische grensoverschrijding en de gevolgen voor de KOPP’er die dit overkomt, zijn groot. De betreffende ouder zal vaak geen diagnose hebben, wat het voor de KOPP’er in kwestie nog gemakkelijker maakt om de eigen beleving (uit angst en onbewust) te ontkennen en bagatelliseren.

Als je van daaruit toch de stap maakt naar lotgenotencontact of groepshulpverlening, merk je tot je schrik dat jij niet – zoals zoveel anderen – de behoefte hebt aan een aai over je bol en dat je over je nek gaat bij de gedachte dat je ‘je kind op schoot moet nemen’. Maar er wordt vaak automatisch vanuit gegaan dat ook jij meer ‘samen’ nodig hebt. En aangezien je toch al de neiging hebt om je eigen gevoelens te wantrouwen, denk je nog maar een keer dat jij raar bent en dat je gevoelens niet kloppen. Dat past prima in je verhaal. En zo word je eenzamer en eenzamer.

Maar er bestaat niet zoiets als ‘gevoelens die niet kloppen’. Je voelt de dingen die je voelt, en dat is nooit voor niks. Natuurlijk kunnen we wel verkeerde conclusies koppelen aan onze gevoelens, maar de gevoelens zelf kloppen altijd. Dus als je braakneigingen, kromme tenen of jeuk krijgt in bepaalde situaties, neem dat dan vooral serieus. Het kan zijn dat je op die manier iets vermijdt dat je te spannend vindt, maar het is evengoed mogelijk dat je in het verleden ergens een overdosis van gehad hebt. In dat geval doe je er goed aan om die grens van je lichaam te respecteren en er in het vervolg rekening mee te houden.
Dus wil je niet zoenen met nieuwjaar, niet high-fiven met je collega’s en niet knuffelen met je vrienden, wees dan eigenwijs en hou lekker je poot stijf!