KOPP-blog: applaus

ER ZIJN IN MIJN GESCHIEDENIS WEINIG DINGEN DIE ZOVEEL
angst bij mij hebben opgeroepen als zichtbaar zijn. Daarvan ben ik mij lang niet bewust geweest. Ik wist wel dat ik wat rariteiten had in mijn gedrag. Als ik bijvoorbeeld het huis verzorgde bij een vriendin die op vakantie was, zette ik alles altijd precies zo terug als ik het aangetroffen had. De bus met de kattenbrokjes met dezelfde kant naar voren in de kast. De gieter op dezelfde plek met dezelfde hoeveelheid water erin. Ik zou een perfecte inbreker geweest zijn, ik liet geen sporen na. Mensen vonden dat wel eens creepy, maar dat begreep ik echt niet. Ik vond eerder dat ik applaus verdiende omdat ik net deed of ik niet bestond.

En nog steeds, als ik in een openbare gelegenheid naar het toilet ga of in een lift stap, zal ik proberen om niet gezien te worden. Ik voel altijd een soort huivering wanneer de liftdeuren zich achter mij sluiten of wanneer ik de blik van iemand over de zojuist gesloten toiletdeur voel gaan. Ja serieus, ik voel die blik.
In sommige situaties wordt juist van je verwacht dat je je zichtbaar maakt. Spreekbeurten op school: ik had er nachtmerries van en stond ’s ochtends kotsend op als ik aan de beurt was. Binnenkomen op een verjaardag, als iedereen al in die verdomde kring zit. Dat je dan al die mensen één voor één een handje moet geven, als een verplicht: ik ben er, zie mij. Verschrikkelijk. Of de opdracht om iemand wakker te maken. Ik heb een poos in een hospice gewerkt. Daar geldt een ziekenhuisritme, dus de gasten worden ’s ochtends gewekt voor verzorging en ontbijt. Het heeft me heel wat stress gegeven om op die deuren te kloppen en de gordijnen open te trekken. 

Dit soort rariteiten of onbegrijpelijke stress in je volwassen leven geeft erg veel informatie over hoe de dingen ooit voor je waren. Als het gaat over iemand wekken, is het duidelijk waar die angst bij mij vandaan komt. Mijn vader kon angstaanjagend woedend worden als we hem ’s ochtends wakker maakten. Ik heb in mijn vroegste jeugd geleerd om niet in de weg te lopen, onhoorbaar en onzichtbaar te zijn en dat heb ik tot lang in mijn volwassen leven zo volgehouden. Ik ben zelfs – je gelooft het niet – met de auto een keer de bult opgereden in het midden van een rotonde omdat er achter mij getoeterd werd vanwege een onhandige manoeuvre. Mijn instinctieve, volkomen panische reactie: uit de weg! En denk maar niet dat ik daar applaus voor kreeg. Integendeel, er werd mij toegevoegd: Ben je dronken ofzo?? Oef, wat voelde ik me toen ellendig. Zo zichtbaar ook, midden op die rotonde. Het doet nóg zeer.

Waarom is het nou nuttig om zulke draadjes terug te volgen naar hun oorsprong? Er zal altijd een kind-gevoel omhoogkomen als je grip krijgt op de wortels van je gedrag. Het gevoel namelijk dat je er toen bij had. Zulke kind-gevoelens hebben de neiging om onderlangs, onbewust dus, ons hele gedrag te sturen (ja, juist als volwassene!) en het mag duidelijk zijn dat dat niet in alle gevallen even handig is. Als je er grip op wilt krijgen, is het nodig om deze situaties door volwassen ogen te herbezien en daarbij – en dat is van cruciaal belang – mededogen te hebben met het kind dat je ooit was. Dat betekent in mijn geval dat ik warmte en liefde voel voor dat kleine Kassandra’tje dat ooit begrepen heeft dat ze in de weg liep, teveel was. Als ik uitzoom met mijn volwassen blik, dan zie ik een gezin dat toenemend klem zat omdat mijn moeder, met drie kleine kinderen, niet functioneerde. Mijn vader was wanhopig en zal mij in zijn stress vast wel eens hebben weggesnauwd. De ontknoping van de oplopende spanning was dat mijn moeder gedwongen opgenomen werd en wij kinderen bij verschillende gezinnen ondergebracht. Verschrikkelijk, maar noodzakelijk – een volwassene kan dat begrijpen. Maar wat begrijpt een driejarig kind, die het centrum van haar eigen universum is, daaruit? Ik ben teveel, het komt door mij.
En het besluit dat gevolgd is op die conclusie: Ik moet vooral niet in de weg lopen, mij het liefst onzichtbaar maken. Anders verlies ik nogmaals alles en iedereen. 

Als je het besluit dat je ooit noodgedwongen nam eenmaal helder hebt, is het gemakkelijker om mededogen te voelen met het kind dat je toen was. Maar het kost vaak veel moeite om het helder te krijgen. Het gaat hier over een oude strategie waartoe ik vroeg in mijn leven besloten heb. Later zijn daar meer geavanceerde strategieën overheen gekomen. Bijvoorbeeld: Ik word niet gezien, dus ik moet overdrijven om aandacht te krijgen. Of: De wereld is niet oké, ik krijg toch nooit wat ik nodig heb, dus ik doe niet meer mee. Het risico om te blijven hangen in het oordeel over deze strategieën (drama queen en kluizenaar, ik heb beide uitgebreid uitgeprobeerd) is groot. Maar als je het hele plaatje hebt, kun je zien dat ze beide voortkomen uit het besluit dat daar al onder lag. En mijn volwassen brein begrijpt: Als ik mij niet zichtbaar maak, zal ik ook nooit gezien worden. 

Ik ben nu vele, vele jaren en vele stappen verder. Mezelf zichtbaar maken doe ik door middel van (een filmpje op) deze website, deze maandelijkse blog, begeleiding van mensen individueel of in workshops. Ieder van deze stappen heeft mij angstzweet en tranen gekost. Om te groeien moet je niet forceren, maar wel blijven stretchen. Daarom was ik op de Kind Van Dag van Labyrint-In Perspectief, begin deze maand, de hoofdspreker. Ik heb mij daar nadrukkelijk zichtbaar gemaakt voor 150 aanwezigen en verdomd, dáárvoor kreeg ik het wel: APPLAUS!
Mijn nieuwe besluit: dat is voor herhaling vatbaar!