KOPP-blog: overvraagd

HET IS WEER OKTOBER.
De maand dat de blaadjes gaan kleuren en vallen. Dat kleuren, daar heb ik pas de laatste tien jaar oog voor. Eerder zag ik ze alleen maar vallen. Ondanks dat ik de schoonheid ervan tegenwoordig wél kan waarderen, is de herfst nog steeds niet mijn favoriete seizoen. Van oudsher is het ook de tijd waarin ik het heel druk heb en me standaard overvraagd voel. September, oktober en november zijn de maanden van de evenementen, cursussen, seminars en trainingen. Dit coronajaar is alles natuurlijk anders. Ik hoef niet veel te organiseren, te ondersteunen of anderszins hard te werken. En toch voel ik mij, net als in de jaren dat ik het werkelijk druk had, regelmatig overvraagd. Kennelijk komt dat gevoel dus niet alleen voort uit mijn tastbare taken. 

Snauwen
Ik betrap mezelf op het verlangen om iedereen af te snauwen, het bijltje erbij neer te gooien en me af te zonderen. Ik wil ineens iedere dag uitgebreid in bad. En vooral geen verplichtingen, de dagelijkse boodschappen zijn me al teveel. Je overvraagd voelen terwijl daar ogenschijnlijk geen reden voor is, is een verschijnsel dat veel KOPP’ers zullen herkennen. Hoe zit dat?
Het begint met de simpele balans tussen draagkracht en draaglast. Als de draaglast hoger is dan de draagkracht, word je overvraagd. Maar waaruit bestaat die draaglast eigenlijk? Kennelijk niet alleen uit werk.

Emotionele draaglast
Alle kinderen starten hun leven met een geringe draagkracht en krijgen – als het goed is – ook geen lasten te dragen voordat ze daar oud en krachtig genoeg voor zijn. Waar het fysieke lasten betreft, zoals het sjouwen van stenen of het naaien van kleding, hebben we daar wetten voor gemaakt. Kinderarbeid is verboden. Waarom? Omdat dat de draagkracht van kinderen overvraagt. 
Voor emotionele lasten zijn er geen wetten. Die kun je niet zien, en toen wij KOPP’ers kinderen waren, was er niet veel aandacht voor de vraag of emotionele overbelasting aan de orde zou kunnen zijn. Sommige mensen voelden dat wel, betrokken familieleden, leerkrachten of buren. Soms konden zij, door beschikbaar te zijn, onze draaglast iets verkleinen of onze draagkracht iets vergroten. Maar er is niets structureel geregeld voor kinderen die een te grote emotionele last dragen. 

Winst- en verliesrekening
Maar waarom ervaar ik dat nú, als volwassene? 
Een kind dat opgroeit in een gezin waarvan de ouders emotioneel onvoldoende stabiel zijn, zal altijd proberen dat tekort zelf aan te vullen. Ook al heeft het zelf nog niets om uit te putten. Het is een kwestie van overleving. Moeder natuur heeft dit wonderbaarlijk adequaat geregeld; kinderen beschikken over een soort emotionele winst- en verliesrekening. Dus toen wij vroeger een tekort moesten aanvullen zonder zelf de middelen te hebben, leefden we emotioneel op de pof. Om in betere tijden de rekening te gaan betalen. 
Die rekening, die krijgen we dus op volwassen leeftijd voorgeschoteld. Als we veilig zijn. Niet zelden is dat pas na het overlijden van de ouder(s)! 
En de rekening draagt kenmerken van die pof van toen. 

Ontwikkelingsfasen
Dat zal ik uitleggen. Naarmate kinderen groeien, ontwikkelen zij zich volgens bepaalde ontwikkelingsfasen. Een baby die een te grote draaglast krijgt doordat de moeder emotioneel niet stabiel is, zal zich emotioneel afsluiten voor de ouder of juist het contact met zijn/ haar eigen lichaam (waarin immers die onhanteerbare angst huist) verbreken. Een baby kan nog geen last op zich nemen, die sluit eenvoudig iets af. Een eenjarige zal qua aandacht volledig gericht zijn op de behoeften van de ouder, een tweejarige zal zijn eigen wil opofferen en vooral meeveren, een driejarige gaat emotioneel zorgen voor de ouder, een vierjarige neemt de verantwoordelijkheid voor de emotionele stabiliteit in het hele gezin. Afhankelijk van hun verhaal zijn er veel KOPP’ers op al deze gebieden emotioneel op de pof hebben moeten leven, en dus als volwassene voor al deze dingen de rekening gepresenteerd krijgen. Zelfs voor dingen die tegengesteld zijn aan elkaar, zoals zich afsluiten en alle aandacht op de ander richten. Soms wint het één, soms het ander. Maar vaker zal je zoiets voelen als een innerlijk conflict; gassen en remmen tegelijk. 
Het is op zich al doodvermoeiend om te leven met zo’n uitgeputte emotionele bron. En dan krijg je nog rekeningen gepresenteerd ook. 

Blauwe envelop
Hoe ziet zo’n achterstallige rekening eruit? Je merkt dat je niet goed in contact kunt zijn met de ander, of dat je jezelf en je eigen emoties niet goed kunt voelen, of dat je doodmoe wordt van dat gas geven en remmen tegelijk. En bijna voor alle KOPP’ers geldt: dat je je verantwoordelijk voelt voor alles en iedereen. Voor het soepel reilen en zeilen van zaken en bovenal voor de emotionele stabiliteit van iedereen. Als je al deze verschijnselen gaat afpellen tot de kern (wat nog een hele klus is), kom je uit bij boosheid. Boosheid is namelijk het signaal dat je grenzen worden overschreden, en dat is wat er hier in de kern aan de hand is. Vandaar dat ik zelf de behoefte voel om te snauwen en me af te zonderen. Al deze verschijnselen zijn – zeg maar – de blauwe envelop. Dit signaleren is stap één. Daarna komt nog het uitpakken en betalen van de rekening.

Vreemde taal
Bij het uitpakken hoort een belangrijk inzicht. 
De kinderen die wij waren, leefden emotioneel op de pof. We werden standaard overvraagd om de simpele reden dat er een tekort was. Maar iedere dag werd onze draagkracht een beetje groter; we groeiden immers op. Dus we namen er steeds iets bij aan draaglast. Overvraagd worden en toch steeds iets erbij nemen vinden wij daarom normaal. Als je opgroeit in een gezin waar Swahili gesproken wordt, vind je dat net zo normaal. Ook als volwassene denken we daar niet over na, we spreken eenvoudig onze moerstaal. Dus we passen onze draagkracht aan aan wat (wij denken dat) er gevraagd wordt. Net als vroeger, toen dat voor onze overleving nog noodzakelijk was. 
Maar ja… je draagkracht aanpassen aan de draaglast, dat is de omgekeerde wereld. Ja, denk daar maar even over na! Voor een beetje KOPP’er is dat een hersenkraker. Net zo moeilijk als het leren van een vreemde taal, zeg maar.

Betalen!
Dit inzicht is essentieel voor de derde stap, de betaling. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om de rekening niet te betalen. Maar dan blijven de enveloppen wel op je mat vallen. Naarmate we ouder worden, wordt onze draagkracht er niet groter op, dus de meeste mensen krijgen eerder meer dan minder last van de stress die overvraagd zijn met zich meebrengt.
Als het aankomt op het betalen van de achterstallige rekening (draaglast), betekent dat dat je middelen (draagkracht) óver moet hebben om dat nu te kunnen doen. In normaal Nederlands: als je aan verwerking gaat doen, moet je zorgen dat je daar de ruimte voor hebt. Je moet zorgen dat in het hier en nu je draaglast kleiner is dan je draagkracht. Alleen dan overvraag je jezelf niet. Overschrijd je je grenzen niet. Hoef je dus ook niet te dealen met (al dan niet vermomde) boosheid die gepaard gaat met iedere grensoverschrijding.

Absurd
Als ik mij iedere herfst overvraagd voel, betekent dat dus feitelijk: iets in mij is iedere herfst weer bang om niet te kunnen voldoen aan de hoge eisen die ik ooit aan mezelf moest stellen om te overleven. Waarom dat per se altijd in de herfst gebeurt, weet ik ook niet. Ik weet wel dat ik niet de enige ben. Deze herfst wordt bovendien gedomineerd door een tweede golf van nationale stress. Logisch; er heerst een levensbedreigende, besmettelijke ziekte. Die stress hangt zo dik in de lucht dat je hem kunt snijden, dikker dan het virus zelf als je het mij vraagt. Ik voel mij overvraagd omdat mijn systeem denkt dat ik nu mijn draagkracht moet gaan aanpassen aan de last van het IEDEREEN emotioneel stabiel houden. En haha, dat is zo groot dat het absurd wordt.

Het is nu een nationale uitdaging om ons te verhouden met de stress van levensgevaar. Iedereen moet zijn eigen rugzak dragen. Ik denk dat ik maar eens lekker in bad ga en dat ik vanavond een pizzaboer laat komen. Ik ben God niet!

KOPP-blog: emotionele klucht of emotionele grond?

LAATST KREEG IK VAN EEN KLANT
een hilarisch linkje doorgestuurd; een filmpje van ene Tiffany Jenkins. Ik had nooit van haar gehoord (ze heeft ook maar 4,6 miljoen volgers, daar ben ik er dus niet één van – ik ben geen trendwatcher, ik krijg de zenuwen al bij het idee dat ik al die output die mensen op het net pleuren zou moeten volgen, niet dat ik dat zelf nooit doe overigens, dit filmpje is trouwens al een jaar oud dus ik val meteen door de mand, sputter sputter…), maar gelukkig word ik af en toe door iemand op iets interessants gewezen. Dank je wel, Chantal!

Tiffany acht zichzelf niet erg hoog, en ze ziet kans om dat gegeven om te zetten in een moderne klucht. Een talent op zich, dat ze gemeen heeft met veel artiesten, van stand-up-comedians tot clowns. Grappen maken ten koste van jezelf is een manier om met ellende om te gaan, dat is algemeen bekend. Minder bekend is dat het de ellende niet oplost, maar in stand houdt – het is een vorm van afweer. Het onderliggende trauma wordt niet geïntegreerd zolang je het niet serieus neemt. 

Paradoxaal genoeg geeft Tiffany met dit specifieke filmpje heel goed aan hoe je zo met trauma zou kunnen omgaan dat je het wél integreert. Met andere woorden: dit filmpje is heel nuttig om naar te kijken als je zelf het één en ander aan trauma hebt opgelopen in je geschiedenis. Als je KOPP bent bijvoorbeeld. Je kunt ervan leren wat je beter niet kunt doen, maar het geeft ook een goede aanzet tot een mogelijke oplossing, als je het een beetje ‘omdenkt’ tenminste. 

Tiffany speelt in het filmpje een teamoverleg waarin ze zelf alle rollen vertolkt. Het overleg, onder leiding van Brein, bereidt zich voor op de dag van Tiffany, die op dat moment nog lekker ligt te maffen. Ze roept al haar subs op: Depressivo, Angstige, Vergeetachtige, Nerd, Uitsteller, Verslaafde, Redder, Slapeloze – het hele team moet zich klaarmaken om Tiffany gelijk vanaf het wakker worden zodanig onderuit te halen dat ze de dag zal doorkomen zoals ze dat van zichzelf gewend is – als een psychisch wrak. Vooral de rol van Brein is interessant. Die is namelijk de baas, de kapitein op het schip. 

Geen fijne kapitein, die van Tiffany. Daarom is het filmpje ook zo grappig. Brein lijkt erop uit om haar schip op de klippen te laten lopen. Ze geeft haar matrozen op een effectieve manier aanwijzingen om Tiffany zo labiel mogelijk te maken. Wat ze daarmee in feite probeert, is om Tiffany te beschermen tegen de diepe wateren van de zachtere emotie die – bijvoorbeeld – zou kunnen ontstaan als iemand haar (of zij zichzelf) zo serieus zou nemen dat dat tot verbinding zou leiden. Brrr, verbinding is levensgevaarlijk, met wie dan ook. Daar kan je beter maar flink grappen over maken, dan valt het niet zo op dat je eigenlijk onaanraakbaar bent. Maar deze kapitein is wél effectief, al is de koers die zij kiest niet zo handig. Het is heel nuttig om goed te kijken wat zij daar doet.

Als de koers van je schip (je leven) niet de koers is die je eigenlijk verlangt, is er maar één die dat werkelijk kan corrigeren. Dat is de kapitein (de volwassen versie van jou). Onze afzonderlijke matrozen (subs of innerlijke kinderen) doen vaak erg hun best, maar als ze niet geleid en begrensd worden door een kapitein die het overzicht heeft, raken ze uiteindelijk óf burn-out óf schelden ze iedereen verrot. Ze hebben namelijk allemaal maar een deelbelangetje, en al die deelbelangetjes zijn vaak nog aan elkaar tegengesteld ook. Mijn driejarige matroos (Angst) wil het hele schip meestal dolgraag in een donker gat verstoppen, terwijl mijn zestienjarige (Rebel) juist zit te popelen om te gaan passagieren in de eerste de beste liederlijke haven. Ik bedoel maar. Zonder kapitein kom je daar echt niet uit. 

Helaas trappen veel mensen in de val om zich toch vooral te gaan bezighouden met het ongewenste gedrag van al die matrozen – voor de één zijn er angst- en weerbaarheidstrainingen en voor de ander workshops impulsbeheersing of verslavingsklinieken; de ggz verzuipt onder het gewicht van haar eigen aanbod. Maar het kan echt veel effectiever, zoals Tiffany ons laat zien. Een stevige kapitein die koers zet naar de juiste bestemming, namelijk die van het verlangen, dat is alles wat er nodig is. Onze kapiteins, díe moeten op cursus. Om te leren niet wég te koersen van de diepe wateren, zoals die van Tiffany, maar juist er naartoe. Het ongewenste gedrag van de matrozen heeft ook altijd een kwaliteit in zich en een goede kapitein weet die te vinden. De matrozen gezamenlijk een moeilijke klus laten klaren, er is weinig zo bevredigend en zo goed voor het zelfvertrouwen. Tiffany geeft haar team dan ook een compliment voor de samenwerking. 

Mijn driejarige (Angst) bezweert mij iedere maand om mijn blog alstublieft niet te plaatsen. Straks krijgen we nog haatmail! Ik zet mijn kapitein aan en luister naar Angst, ik stel voor om de blog samen nog eens door te lezen om te checken of er blunders of beledigingen in staan. En ik stel haar gerust; áls er al haatmail zou komen, is zij niet degene die daarmee hoeft te dealen. Daarna bedank ik haar voor haar alertheid. Mijn zestienjarige (Rebel) vindt het allemaal bullshit. Als ik dan per se een blog wil plaatsen moet ik dat vooral maar doen, maar zij wil geen gezeur horen als de hele wereld straks niet datgene gaat doen wat ik zo nodig moet prediken. Ik beloof haar dat ik nog steeds van haar zal houden als ik straks uncool ben en ik bedank haar omdat ze me nederig houdt. Perfectionist (die van mij is een jaar of twaalf, vermoed ik) deed in de eerste alinea al een duit in het zakje: ik haal een kennelijk beroemd iemand aan en ik weet niet eens wie zij is. Je zet ons voor paal hoor! zegt ze, ik heb er maar even een geintje van gemaakt om jouw gezicht te redden. Dank je, Perfectionist. Dat was een perfecte illustratie. We kunnen de blog plaatsen.

De moraal van dit verhaal? Zet je kapitein aan. Train hem of haar. Dat kun je leren, kijk maar naar Tiffany – al maakt die er een emotionele klucht van. Wil jij emotionele grond vinden, geef je kapitein dan de opdracht om je verlangen serieus te nemen.

Naschrift:
Een trailer van Inside Out
Aanrader! Brengt de matrozen goed in beeld.

KOPP-blog: Jim van Os

“HET WORDT STEEDS DUIDELIJKER
dat wat wij psychiatrische aandoeningen of stoornissen noemen, eigenlijk geen aandoeningen of stoornissen zijn. Er is niks ‘kapot’. De menselijke soort heeft een breed scala aan eigenschappen met een grote reikwijdte. De meeste mensen hebben die eigenschappen in een mate die relatief dicht bij het midden zit. Maar er zijn ook mensen aan beide uiteinden van het spectrum. Conceptueel zou ik dat voorkomende variaties in menselijk gedrag willen noemen en geen aanlegfouten.”

Aldus Jim van Os in een recente publicatie van zijn onderzoek naar de oorzaken van psychisch lijden bij UMC Utrecht. Jim van Os is een uitzonderlijke hoogleraar psychiatrie die al jaren voorvechter is van een ándere, meer verbonden en minder bevoogdende ggz. En de resultaten van dit onderzoek van Jim van Os komen een heel stuk dichter bij mijn beleving als ervaringsdeskundige KOPP dan de gangbare visie (al heb ik er – voor wie mij kent zal dat niet verrassend zijn – nog steeds het nodige op aan te merken. Het wetenschappelijke onderzoek loopt helaas mijlenver achter bij specialistische kennis die in ‘het alternatieve circuit’ al lang en breed beschikbaar is). 
De gangbare visie heeft mij wantrouwend en sceptisch gemaakt ten aanzien van de ‘deskundigen’, die tot nu toe zo duidelijk geen hout van psychische en psychiatrische problematiek begrepen hebben. En die daarmee het stigma en het lijden alleen maar vergroten.

Tot nu toe, dus. Want Jim van Os is ook een deskundige, maar dan één die lijnrecht tegen de gangbare visie in durft te gaan. Hij gebruikt consequent de term psychisch lijden in plaats van psychi(atri)sche problematiek of stoornissen of ziektes. Een term die veel meer recht doet aan psychische disbalans, zowel voor degene die psychisch lijdt als voor diens omgeving. Het is ook een term die het stigma wegneemt en in plaats daarvan een beroep doet op mededogen. Als ik, en de rest van de wereld, zó zou hebben leren kijken naar het psychisch lijden van mijn ouders (een gedragsvariant aan het uiteinde van het spectrum), had ik het als KOPP’er een stuk minder moeilijk gehad. En als ik zo had leren kijken naar mijn eigen psychisch lijden (een gedragsvariant wat verder uit het midden van het spectrum) idem dito. Maar wij moesten het doen met ziek, gestoord en labiel, funest voor het vertrouwen in de wereld en in jezelf.

Waarom is dit ‘nieuwe’ inzicht belangrijk? Wat heb je eraan om te weten dat psychische stoornissen dus geen stoornissen zijn? Heel simpel, omdat je met het label ‘stoornis’ of ‘aandoening’ suggereert dat er iets stuk is. En dat is niet zo. Het is heel goed mogelijk om zelf, zonder hulp van pillen of psychiater, te bewegen in het spectrum waar Jim van Os het over heeft. Meer naar het midden toe, meer naar psychische balans. Dat weet ik uit mijn eigen ervaring en uit die van vele anderen. Het is soms wel een huzarenstukje, een heksentoer, monnikenwerk en het vraagt dat je vertraagt, reflecteert en je angsten overwint. Kortom, dat je aan persoonlijke ontwikkeling doet. Veel mensen zien daar ontzettend tegenop. Zo erg zelfs dat het hen erg goed uitkomt dat de hele wereld denkt dat er bij hen iets stuk is, en dat ze dat zelf ook liever geloven. Dan kan hen tenminste niets verweten worden. Ook al veroorzaken ze met hun lijden ook lijden in hun omgeving, met name bij hun kinderen, zoals KOPP’ers maar al te goed weten. 

Het psychische lijden wordt zo van generatie op generatie doorgegeven, niet omdat het in de genen zit, maar precies zoals we onze taal en cultuur doorgeven aan onze kinderen. Door het hen voor te leven. Onbewust en ongewild. Ook die conclusie wordt bevestigd door het onderzoek van Jim van Os, al verwoordt hij hem heel voorzichtig. 
Veel KOPP’ers hadden al ontdekt: onze ouders hebben hun psychische disbalans ook meegekregen uit hún achtergrond. En zij werden groot in een tijd waarin er weinig bekend en/ of mogelijk was op het gebied van emotionele ontwikkeling. In deze tijd zijn er veel meer kansen om je emotionele lei te schonen dan toen. Als je dat niet doet, geef je het door. Daarom is het niet alleen doodzonde, maar ook buitengewoon schadelijk om te geloven dat psychisch lijden een stoornis is waar in de basis niks aan te doen is. Die schadelijke overtuiging regeert al decennialang de ggz én de publieke opinie. Het is je misschien al eens opgevallen dat ik me daartegen te vuur en te zwaard verzet.

En nee, ik geloof helemaal niet in een maakbare wereld. Integendeel. Er bestaat lijden, en daar zullen we ons mee moeten verhouden. Maar er bestaat ook lijden dat voorkomen of gestopt kan worden als we daar gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen. Mensen die psychisch lijden kunnen en hoeven daar niet alleen voor op te draaien. Psychisch lijden is geen individueel probleem, het is een collectief, systemisch fenomeen. Emotionele ontwikkeling zou op een dag gewoon een onderdeel van het basisonderwijs moeten zijn.
Het lijkt misschien een rare vergelijking, maar we leren onze kinderen ook lezen en schrijven met alle liefde en geduld van de wereld. Ondanks dat dat moeilijk is, een huzarenstukje, bij ieder kind opnieuw. 

Zoals onze ggz nu is ingericht, zijn we daar nog mijlenver van verwijderd. Maar het onderzoek van Jim van Os is een stap in de goede richting en daarom juich ik dat – onder het slaken van zuchten van ongeduld – van harte toe. You rock, Jim! 

KOPP-blog: ik laat me vallen

LAATST WAS IK IN EEN NIET AL TE BEST HUMEUR EN
erg aan mijn weekend toe. Dat betekent bij mij dat ik me even niet met anderen bezig wil houden. Geen sociale interactie. Samen met mijn partner tien kilometer met de hond wandelen en een cappuccino’tje op een terras, dat was waar ik behoefte aan had. Maar er stond die zaterdag een intervisiebijeenkomst in mijn agenda en die sla ik niet graag over. 
Ik ben lid van een heel bijzondere intervisiegroep, moet je weten. Allemaal begeleiders die werken met de liefdesenergie. Dat klinkt misschien zweverig, maar het betekent dat we begeleiden vanuit de ontmoeting, dus dat we onszelf en onze eigen emotie in het contact brengen in plaats van professionele afstand te houden. Dat leidt in die intervisiegroep niet alleen tot liefdevolle ontmoetingen, maar soms ook tot stevig grenswerk. We kunnen nou eenmaal niet altijd alleen maar blij zijn met elkaar.

Liefdevolle ontmoetingen en stevig grenswerk, tuurlijk. Precies die gebieden waarin je als KOPP’er schade hebt opgelopen. Soms word ik woest van al dat mededogen en moet iedereen vooral lekker oprotten. En als een ander mij stevig grenswerk biedt (lees: duidelijk laat weten niet akkoord te zijn met mijn mening of gedrag) dan kruip ik het liefst onder een steen. En ik zat die zaterdag al niet heel erg lekker in mijn vel. Ik ben namelijk zelf, naast het begeleidingswerk dat ik doe, ook met mijn eigen traumawerk bezig. 

Waar hing ik dan uit op dat moment? Zoals dat gaat met traumawerk, er dringt zich iets op. Je hebt soms geen idee waar het over gaat, maar de stress loopt op en je krijgt de neiging om allerlei afweer te gaan inzetten. Die afweer is wat we psychische problematiek noemen. Zelf krijg ik dan de neiging om me af te zonderen, steeds minder te bewegen en uiteindelijk – als ik eraan toegeef, wat ik niet meer doe – depressief te worden. Maar er bestaan ook hele andere afweren, zoals de ander of jezelf de hele dag afsnauwen, dwangmatig worden, heel hard gaan werken en uiteindelijk burn-out raken of met groeiende regelmaat een extra biertje of wijntje pakken. Dit zijn simpele voorbeelden; afweergedrag kan heel complex zijn en is vaak een combinatie van verschillende strategieën. Maar daar wilde ik het vandaag niet over hebben. 

Op het moment dat ik bij mezelf de afweer herken, weet ik dat ik iets aan het ontwijken ben. Dat was die zaterdagochtend duidelijk aanwezig. Het moment dat oude realiteiten zich door middel van bijbehorende gevoelens aandienen is beangstigend. Hoe moet je iets toelaten waarvan je geen idee hebt wat het is? Ik ben toch maar in de auto gestapt om naar de intervisiebijeenkomst te gaan. Thuisblijven zou oud en niet-helpend gedrag zijn. Omdat muziek mij vaak goed in contact kan brengen met wat ik voel, koos ik intuïtief een CD’tje uit mijn oude klappertje, Quidam van Cirque du Soleil. Ik ging ervan uit dat er een toepasselijk liedje zou komen – ik ben eraan gewend om op mijn intuïtie te vertrouwen. Toch ben ik iedere keer weer stomverbaasd. 

Want ja, na een paar nummers kwam Let me fall, gezongen door Mathieu Lavoie. Na drie regels barstte ik al in tranen uit. Dit liedje gaat precies over het moment waarop je de keuze moet maken: verzamel je de moed om je te laten vallen in dat wat zich aandient, hoe beangstigend ook, of blijf je in de afweer? Als je het risico neemt om je te laten vallen, zal je daarna misschien als een Phoenix uit je as herrijzen. Misschien ook niet. Kun je wel rekenen op die persoon die je opvangt, jij zelf namelijk? Als je doet wat je altijd deed, weet ik inmiddels, krijg je wat je altijd kreeg. Dus ik voelde mijn angst en er kwam een stukje van de verplettering over wat met mij ooit gebeurd is. Niet teveel; precies een behapbaar stukje. 

En in plaats van daarna net te doen of het prima met mij ging, uit angst om niet serieus genomen of zelfs op de hak genomen te worden, zoals vroeger op school, heb ik in mijn intervisiegroep verteld hoe ik in mijn vel zat. Hoe bang en klein en beschaamd ik me voelde en hoe ik de keuze had gemaakt om me nu eens niet terug te trekken, maar juist het contact op te zoeken. En, zoals ik tot mijn grote verwondering nu al meer dan eens heb meegemaakt, iedereen was geraakt. 

Nu ik mijn echte gevoelens meer hoefde te verbergen, kon ik energie halen uit het contact en was het een fijne intervisiebijeenkomst. Het is een beweging die ik nog vaak zal moeten maken; de overtuiging dat mensen mij niet serieus nemen is erg stevig geworteld. Maar er was weer een stukje in mij geheeld. Op de terugweg in de auto hoorde ik nu in datzelfde liedje vooral deze zin: I will dance so freely!

Let me fall 
Let me fall – let me climb / There’s a moment when fear and dreams must collide

Someone I am is waiting for courage
The one I want, the one I will become will catch me
So let me fall if I must fall / I won’t heed your warnings – I won’t hear them

All I ask – all I need / Let me open whichever door I might open
So let me fall – If I fall / Though the Phoenix may or may not rise

I will dance so freely / Holding on to no one
You can hold me only if you too will fall, away from all the useless fears and chains

Someone I am is waiting for my courage
The one I want, the one I will become will catch me
So let me fall if I must fall / I won’t heed your warnings – I won’t hear

Let me fall – if I fall / There’s no reason to miss this one chance
This perfect moment
Just let me fall

KOPP-blog: het trauma van het daderschap

IK HEB ER JAREN OVER GEDAAN,
uitvoerig onderzocht, aan den lijve op meerdere niveaus doorvoeld, gewikt en gewogen en vervolgens schoorvoetend voor het voetlicht gebracht. Veel mensen reageren op deze stelling als door een horde wespen gestoken. Da’s niet heel vriendelijk. En ik houd er niet van als mensen tegen mij tekeergaan, dat vind ik nogal triggerend, dus je snapt waarom ik zo voorzichtig ben geweest al die jaren. Aan de andere kant worden ook veel mensen blij van mijn stellingname, die steeds scherper wordt naarmate de interne en externe mist bij mij optrekt. Mensen voelen zich erdoor gezien en erkend, precies zoals ik mijzelf gezien en erkend voel door het onomwonden te stellen: Opgroeien als KOPP betekent per definitie psychotrauma oplopen. Zo, die is eruit. Lees verder, als je durft.

Trauma is een beangstigend onderwerp. Vandaar die uitdaging. We vinden er van alles van, dat wij nooit trauma kunnen hebben bijvoorbeeld, want anderen hebben het toch veel erger gehad. Het probleem is dat je dat niet kunt vergelijken. Je cognitieve brein snapt er namelijk niks van. Trauma is niet objectief, het is zelfs uitermate subjectief. Met andere woorden, precies dezelfde ervaring kan voor de ene persoon traumatiserend zijn en voor een andere persoon niet. Begin je al te zuchten? Wacht nog even met je oordeel. Er is een heel eenvoudig verschil dat het leeuwendeel van deze verscheidenheid verklaart. Namelijk de leeftijd van het slachtoffer. Hoe kleiner jij was toen de gebeurtenis zich voordeed, hoe groter de kans dat je er trauma aan overhield. Trauma wordt namelijk veroorzaakt door overweldigende gebeurtenissen. En het zal duidelijk zijn dat de betekenis daarvan voor een baby heel anders ligt dan voor een volwassene. 

Er zijn verschillende soorten psychotrauma. Ik zal ze niet allemaal noemen, alleen die algemeen relevant zijn voor KOPP. Er is hechtingstrauma, een terugkerende ervaring van emotionele onveiligheid die chronisch aanwezig blijft gedurende de kindertijd. Dat leidt tot ontwikkelingstrauma, het kind leert niet om zichzelf te voelen en kan zich daardoor niet ontwikkelen vanuit zijn eigen verlangens, want het heeft zijn antennes altijd alert op papa en mama (en hún verlangens) staan. Er is shocktrauma, dat gaat over een enkelvoudige gebeurtenis, bijvoorbeeld de opname van je moeder in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat is traumatiserend voor het hele gezin. Shocktrauma kan vroegkinderlijk zijn, waarbij de schrik en de stress zo in je vezels zitten dat het lijkt of je ermee geboren bent. En het kan ook later opgetreden zijn. Dan is het gemakkelijker te pinpointen en ook gemakkelijker om los te laten. Meestal betekent KOPP-trauma een mengeling van deze varianten.

Wat minder bekend is maar misschien nog wel het meest pijnlijk, is dat er vervolgens – vaak al in de kindertijd maar zeker in het volwassen leven – nóg een vorm van trauma optreedt. Namelijk het trauma van het daderschap. Wat, daderschap? Nu wordt het echt controversieel. Dit is het allermoeilijkst om onder ogen te zien. Lees verder, als je durft!

Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik ooit samen met mijn zusje, ik was nog maar vijf jaar oud, een kleiner kind in een fontein heb geduwd. Ik voel nóg de verplettering en angst van het kind. En het uitgelaten en baldadige gevoel van macht. Tot onze verdediging kan ik aanvoeren dat wij ernstig getraumatiseerd waren. Niemand is er ooit achter gekomen, ik heb dus nooit de kans gehad om het recht te zetten. Maar mijn lichaam reageert op deze herinnering met stress, wat bewijst dat deze daad evenzeer traumatisch is geweest voor mijzelf als voor het slachtoffer. 

Dit is een redelijk onschuldig voorbeeld, een kind dat zich afreageert op een kleiner kind. We beschouwen dat misschien niet zo als daderschap. Maar als oudere kinderen of volwassenen hetzelfde doen, ziet dat er toch anders uit. En afreageren, dat doen we allemaal. Je moet toch ergens naartoe met die stress. Als we niets met ons trauma doen, dan is er afweergedrag nodig om het onder het deksel te houden. En dat afweergedrag heeft de vorm van afreageren, naar buiten of naar binnen. Daarin zit hem het daderschap. Je richt schade aan, hetzij aan jezelf, hetzij aan de ander. Daderschap kan dus ook naar jezelf gericht zijn. Maar vergis je niet, als je ‘slechts’ dader bent naar jezelf, jezelf naar beneden haalt of niet goed verzorgt bijvoorbeeld, heeft dat invloed op jouw kind(eren). Die moeten het namelijk compenseren. Of je dat nou bewust van ze vraagt of niet. En daarmee raken je kinderen ook weer getraumatiseerd.

Dus nog een controversiële stelling: Trauma gaat over van generatie op generatie vanwege dat daderschap. Bijna altijd ongewild en onbedoeld, ja natuurlijk! Haast niemand wil zijn kind beschadigen, ook onze ouders zijn dat nooit van plan geweest. Maar het is wel gebeurd. En ook ík heb als ouder mijn kind beschadigd. Ik vind het vreselijk, maar het is niet te voorkomen als je trauma met je meedraagt. Met onverwerkt trauma zijn we gedoemd om dader te worden, naar onze omgeving en naar onze kinderen. Ik heb het niet zelf bedacht, maar wel onmiddellijk herkend; traumadeskundige Franz Ruppert benoemt het trauma van het daderschap expliciet als ‘sluitstuk’ van de persoonlijke traumageschiedenis.

Nou zeg, heb je geen leukere boodschap, denk je misschien. Voel je de weerstand om dit te geloven? Dan ben je echt niet de enige. Het is erg verleidelijk om deze waarheid terzijde te schuiven. Maar ik gok erop dat velen van jullie het al aan den lijve ondervonden hebben. En dus – net als ik destijds – zullen herkennen dat het klopt, ondanks frisse tegenzin. Wij KOPP’ers zijn bij uitstek degenen die kunnen zien dat het zo werkt. Wij kunnen er op een dag niet meer onderuit. Het vraagt heel veel moed om deze conclusie te trekken, maar die moed die hebben wij – we moeten wel, als we willen functioneren.

Precies dát is de reden dat dit niet algemeen bekend is. De mensen die zó al goed functioneren en dus de luxe hebben om dit gewoon niet te willen geloven, zijn degenen die de touwtjes in handen hebben in de ggz, de politici, de psychiaters en psychologen die het beleid maken, en niet te vergeten de verzekeraars. En zo kan het dus gebeuren dat trauma onbelemmerd wordt doorgegeven van generatie op generatie. Zonder dat het als zodanig (h)erkend wordt. Zonder dat er behandeling voor is. Zonder dat er onderzoek naar gedaan wordt. Nou ja, dat laatste is niet helemaal waar. Er is voldoende onderzoek gedaan, maar de uitkomsten worden niet serieus genomen. Te verontrustend.

Uiteindelijk – dit geloof je hopelijk wel – is mijn boodschap er één van perspectief: Wie zijn trauma onder ogen ziet en integreert, hoeft het niet meer door te geven. Trauma kan ‘verwerkt’ (geïntegreerd) worden. Meestal niet in de ggz, helaas. Er wordt gewerkt aan een paradigmaverschuiving in de ggz, onder andere door mij. Hopelijk wordt het voor de volgende generatie gemakkelijker om daar adequate behandeling te halen. Wij zullen het moeten doen met begeleiders die weet hebben van trauma. En die zijn behoorlijk dun gezaaid.

Het is moeilijk om trauma onder ogen te zien, dat is inherent aan het verschijnsel. Je eigen daderschap onder ogen zien is waarschijnlijk het allermoeilijkste. Alle kenmerken van trauma zijn erop van toepassing. Oók de mogelijkheid om het te integreren!

KOPP-blog: corona-realiteiten

VORIGE MAAND HEB IK GEEN BLOG GESCHREVEN.
Uit pure nijd. Waar moet een mens over schrijven deze dagen? Mijn blogs gaan altijd over de onderwerpen die mij op dat moment bezighouden en daar had ik al over geschreven: Krona krisis. Ik was die corona meer dan zat en heb daarom in plaats van te bloggen mijn toevlucht gezocht tot het maken van animatiefilmpjes over mijn core-business, gebruik makend van de ruimte die de corona in mijn agenda teweegbracht. Helaas kom ik er nu, twee maanden na mijn vorige blog, niet onderuit. Het onderwerp beheerst nog steeds al het nieuws en het openbare leven bovendien. De pandemie gaat samen met een pan-obsessie. Dat kan ook haast niet anders; er is sprake van potentieel levensgevaar en dat triggert bijna iedereen. Zo gaat dat. 

Even voor het onderscheid: een pandemie móet samengaan met maatregelen en beleid. Dat is nodig en verstandig. Een pandemie hoeft niet per se samen te gaan met een pan-obsessie, dat is afweergedrag en dan is er dus sprake van een trigger. Wat dan weer heel normaal is, levensgevaar triggert namelijk ieders trauma. En bijna iedereen is ooit wel ergens getraumatiseerd in de hulpeloze staat waarin we allemaal begonnen zijn. Ouders zijn nou eenmaal niet heilig en ze kunnen ook niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Kortom: triggers zijn niet abnormaal of verkeerd. Ze genereren meestal wél veel extra stress.

Zelf ben ik niet bang om ziek te worden. Ik heb een rotsvast vertrouwen in mijn gezondheid; of dat terecht is of onterecht, daar kom ik misschien ooit nog achter. Waar ik wel last van heb, is die anderhalve f#@g meter. En vooral het feit dat die met droge ogen bestempeld wordt tot ‘het nieuwe normaal’. Ik heb er járen over gedaan om te ontdekken dat andere mensen ook voedend konden zijn in plaats van alleen maar beschadigend of juist teleurstellend koud. Door mijn slechte start qua hechting was ik mijn halve leven zo bang om mensen nabij te laten komen dat ik in mijn meest vitale jaren, toen ik er nog uitzag als een godin, vrijwillig in een isolement heb geleefd. En nee, dat is allesbehalve normaal. Zoals de wereld er nu uitziet, moet ik alle zeilen bijzetten om niet teruggetrokken te worden in die oude realiteit. De anderhalvemetermaatschappij (een woord dat gelukkig, iemand maakte mij daar pas op attent, door de spellingscontrole ook niet wordt geaccepteerd!) is pas echt slecht voor mijn gezondheid. 

En ja, dat ‘teruggetrokken worden in die oude realiteit’, da’s inderdaad een trigger. En waar een trigger is, is meestal meteen ook – tèèèè-tuuuuu – een overlevingsstrategie. Zo betrap ik mij op de neiging om net te doen alsof er niets aan de hand is. Ik volg het nieuws liever minder dan meer. Ik relativeer me rot. En daarmee kom ik natuurlijk in botsing met degenen om mij heen die wél bang zijn om ziek te worden, die doen namelijk meestal het omgekeerde: ze volgen het nieuws op de voet en vergroten de betekenis ervan eerder uit. 

Beide bewegingen kunnen erger, hoor. Ik gebruik geen woorden als massahysterie om de pandemie te relativeren en niemand in mijn omgeving geeft 5G de schuld om de boel nog eens lekker extra op te schudden. De afweer blijft rondom mij gelukkig binnen aanvaardbare proporties. Met andere woorden: de afweer krijgt geen kans om nieuwe schade aan te richten.

De pan-obsessie is wél beschadigend. Er is een pandemie, dus er zijn slachtoffers, echte en degenen die de Slachtofferrol kiezen. Dat maakt dat de hele wereld maar al te gemakkelijk in de dramadriehoek* terechtkomt. We worden allemaal opgeroepen om Redder te zijn. Als wij onszelf iets ontzeggen, vallen er minder slachtoffers. Doen we dat niet, of in andermans ogen niet goed genoeg, dan komen de Aanklagers in actie en die delen schuld uit. Als jij je niet gedraagt, ben je schuldig aan de dood van anderen. Iedereen gaat op iedereen letten en het gaat over van alles en nog wat, maar niet meer over corona, de werkelijke moordenaar. Wat ons goed uitkomt, want corona is beangstigend. Dit is de functie van de dramadriehoek; het afleiden van de aandacht ten koste van het voeren van ‘het echte gesprek’. Wat zoveel betekent als: het gezamenlijk onder ogen zien van de realiteit en het nemen van de verantwoordelijkheid voor onze eigen emotionele reacties.

Even voor de duidelijkheid: er zijn ook slachtoffers, aanklagers en redders in deze pandemie die niet aan de pan-obsessie bijdragen. Die slachtoffers zijn de zieken en hun geliefden, de aanklagers zijn degenen die signaleren waar het beleid bijgestuurd moet worden en de artsen en verpleegkundigen zijn degenen die levens redden. In deze groepen wordt het echte gesprek meestal wél gevoerd; deze mensen zitten er met hun neus bovenop en hebben niet de luxe om zich met geneuzel bezig te houden. 

Ik zit er, net als de meeste mensen, niet met mijn neuzel bovenop. En ik wil ook niet bijdragen aan de pan-obsessie. Je daarin niet laten meezuigen is voor iedereen, maar speciaal voor ons KOPP’ers, best een flinke uitdaging. Want door middel van schuldgevoel (Doe het voor ons!) worden we dus in de reddersrol gemanipuleerd en wie die rol niet accepteert, wordt aangeklaagd. Dat is een verschijnsel dat veel KOPP’ers maar al te goed kennen. De verantwoordelijkheid toegeschoven krijgen voor leed dat niet door ons veroorzaakt is, maar door de problematiek van onze ouder. Variërend van: Hou je nou een beetje in, anders raakt je moeder weer overstuur tot als jij uit huis gaat, pleeg ik zelfmoord en alles daar tussenin. We hebben al zo jong geleerd dat wij voor alles en iedereen verantwoordelijk zijn, dat we niet eens meer voelen dat we ook een eigen wil en een eigen verantwoordelijkheid hebben. En een eigen keuze mogen maken. 

Ik roep alle KOPP’ers daarom op: word je eens bewust van die zuigende dramadriehoek. Probeer het op te merken als je erin terecht komt, dat is al een belangrijke eerste stap. Het is echt geen zonde om boos of bang te zijn vanwege die k-corona. Voel dat gewoon, maak er contact mee. Dan heb je al dat obsessieve geneuzel niet nodig. 

*De drie rollen in de dramadriehoek, een concept van de Transactionele Analyse (TA) worden met een hoofdletter geschreven. Redder, Slachtoffer en Aanklager. 

KOPP-blog: krona krisis

DE CORONACRISIS STELT MIJ VOOR EEN ONVERWACHTE UITDAGING.
Er is nog maar één onderwerp nieuwswaardig deze dagen! Hoe moet ik nou een alle-mensen-in-zijn-greep-houdende pandemie relevant maken voor KOPP? 
Gelukkig krijg ik hulp uit onverwachte hoek. Ik ben bij mijn LAT-partner aan de andere kant van het land en ineens komt er een telefoontje. Met de vader van Lars. Jouw zoon houdt een verjaardagsfeest, Lars is daar naartoe onderweg, hoe zit dat? Mijn lijf giert meteen van de stress. Help, ik word onverwachts tot de orde geroepen! Ik word erdoor overvallen, zit ik me daar – onbewust van het feit dat een ander daar van alles van kan vinden – met mijn eigen zaken te bemoeien, blijk ik ineens een ontaarde moeder te zijn. Of een slechte wereldburger. In elk geval, ik deug van geen kant.

Fijn, een trigger, daar kunnen we wat mee! Dus ik bel mijn zoon. Een knul van bijna 19 die het studentenleven ontdekt heeft. Hij geniet bovendien met volle teugen van het feit dat ik een LAT-relatie heb, waardoor hij om het weekend een paar dagen het huis voor zichzelf heeft. Wat zeg ik? Voor zichzelf en al zijn vrienden! Want kennelijk heeft hij besloten om gebruik te maken van dat voorrecht om een  (uhm… verjaardags? Hij is pas over twee weken jarig?) feestje te organiseren. 
Hij neemt meteen op, tot mijn verbazing. ‘Corona? Ja, de enige Corona die wij hier in huis hebben heeft een ereplek gekregen op de kast, haha!’ Inderdaad hadden we nog zo’n biertje in huis, herinner ik mij. Er wordt een hoop meegelachen op de achtergrond. Zijn telefoon, met mij erop dus, blijkt op de luidspreker te staan. ‘Ik moet nu ophangen hoor, anders hebben we geen muziek.’ ‘Ho ho ho. Ben jij wel verantwoord bezig daar? Hoeveel mensen heb je eigenlijk uitgenodigd?’ Demonisch gelach, gezucht en gesteun. En Lars is ook al onderweg. Wat wil ik eigenlijk? Lars zijn vader moet het zelf maar met hem regelen. Ik ga mijn zoon niet op afstand verbieden om zijn vrienden te ontvangen of de deur uit te zetten, dat is kansloos. Choose your battles. Dus ik instrueer hem: gooi iedereen die snottert eruit, en verder veel plezier. Ik krijg een luidkeels Yeah! als antwoord. En ik hang op. 

Fijn, de trigger is zojuist verdubbeld. Want nou heb ik ook nog niet ingegrepen zoals het een goede moeder betaamt. Ik heb straks de dood van half Nederland op mijn geweten, het feestje van mijn zoon komt straks op het nieuws als superspreader besmettingshaard – wie daar is geweest, hoeft geen test meer. ‘Kom kom’, zeg ik tegen mezelf. ‘Nu draaf je een beetje door.’ Waarom ook weer? Oh ja, trigger. 

Onverwacht om mijn oren krijgen, dat is dodelijk voor mij. Dan word ik ogenblikkelijk een jaar of twee oud. De tweejarige schrikt enorm, een schrik die ik als een stoot adrenaline in mijn lijf voel. Vervolgens is er een wat ouder deel, een zes- à zevenjarige die zegt: ‘Idioot! Je was niet alert! Je moet altijd alert zijn! Het is je eigen schuld stomme schuld.’ Je begrijpt dat de tweejarige zich daardoor niet beter gaat voelen. Waar is mijn houvast? Wat gebeurt er hier überhaupt eigenlijk? Ik snap er niks van, maar iemand is wel boos op mij en dat is super onveilig en bedreigend. Ik ben heel kwetsbaar, ik heb namelijk geen mama. 

Dat is wat er met mij gebeurt op het moment dat iemand mij onverwachts op mijn vingers tikt. Vervolgens staat daar natuurlijk ook een puberdeel op. ‘Wat denkt die pannenkoek wel? Laat ‘ie lekker zijn eigen zaakjes regelen met zijn eigen achttienjarige!’ Maar mijn volwassen ‘ik’ snoert haar de mond. Heeft die pannenkoek misschien gelijk? Ik weet het niet. 

Zo’n crisis is bij uitstek een situatie om in oude filmpjes terecht te komen. In deze omstandigheden heeft niemand repertoire. Niemand weet precies hoe het moet, wat verstandig is en wat niet. Een hoop mensen zijn paniekerig of opgefokt. Ik ken mezelf absoluut niet als een gezagsgetrouwe burger, maar nu luister zelfs ík toch maar naar Rutte, Neerlands hoop in bange dagen. Kortom: het voelt onzeker en onveilig. Net als toen. 

Dus ben je buitenproportioneel emotioneel in verband met de krona krisis (‘emotioneel’ betekent niet alleen bang, maar ook boos, bijvoorbeeld op de autoriteiten of op hamsteraars)? Dan ben je hoogstwaarschijnlijk getriggerd. Die trigger voert je emotioneel terug naar een tijd dat je nog geen repertoire had, kwetsbaar was en je onveilig voelde en je ouders, door welke omstandigheid dan ook, die onveiligheid niet konden wegnemen. Weet dan dat het een angstig of boos kind is, dat jouw emoties op dat moment overneemt. Het enige dat je nodig hebt, is een veilige volwassene. TOEN was die er niet voor je, maar NU wel: je bent nu namelijk zelf volwassen. Als je je eigen vader of moeder kunt zijn, zul je merken dat je je stukken lichter gaat voelen. 

Voor verreweg de meesten van ons is deze uitbraak niet dodelijk. In tijden dat er algemene paniek uitbreekt, moeten we onze innerlijke kinderen extra goed verzorgen. Als we daaraan voldoende aandacht geven, wordt ook deze crisis hopelijk gewoon weer een uitdaging.

KOPP-blog: controle over ‘boos’

ALS IK VROEGER, (HEEL, HEEL LANG GELEDEN)
naar de discotheek ging, dan stonden daar van die brede mannen voor de deur. Alleen al door hun aanwezigheid voelde ik me zodanig geïntimideerd dat ik eigenlijk liever niet naar binnen ging, maar ik werd altijd wel meegesleept door de één of de ander. Bij het passeren van de uitsmijters ging er dan een rilling door mijn lijf. Nou was ik, moet je weten, een heel onschuldig, iel wijffie dat je zó omverblies. Dus die bullebakken waren nooit in mij geïnteresseerd. Ik mocht er altijd door, dat lieten ze blijken door me te negeren. Ze hadden een mooie schuifschakelaar voor de energie ‘boos’ en die zetten ze voor mij op standje nul. Hoe gevaarlijker zij de bezoeker in kwestie inschatten, hoe barser ze werden. De stemmen werden lager en harder, de lijven breder en dreigender, de schuif ‘boos’ ging van nul naar vijf, zes, zeven. Ze danken hun naam aan standje tien natuurlijk, daar waar er fysiek geweld aan te pas moet komen om ongewenste indringers buiten de deur te zetten. 

Stel nou eens dat jij die discotheek bent. Ja, dat vraagt wel iets van je voorstellingsvermogen. Jouw energie ‘boos’ is de motor van je psychische immuunsysteem. Het systeem dat – net als de uitsmijter van de discotheek én net als het fysieke immuunsysteem – ongezonde bezoekers uit je persoonlijke ruimte weert, en de gezonde (die juist komen brengen wat je nodig hebt) toelaat.
De energie ‘boos’ bewaakt onze grenzen. Wie die energie niet gebruikt, wordt kwetsbaar voor indringers. Die laat mensen (of dynamieken) die schadelijk zijn, tóch naar binnen. En dat verzwakt de persoon. Je kunt je misschien voorstellen dat er van iemand bij wie dat voortdurend gebeurt, niet veel overblijft. Die wordt als het ware overgenomen door de indringers.

Wij KOPP’ers hebben van huis uit nogal eens geleerd om de emotie ‘boos’ stelselmatig te onderdrukken. Als de sfeer thuis onveilig is, is er immers geen ruimte voor de grenzen van een klein kind. Dat heeft zich maar gewoon aan te passen en niet lastig te zijn, dan kan er zoveel mogelijk aandacht naar de problemen die er zijn. Het onderdrukken van ons eigen ‘boos’ is voor ons vaak zo vanzelfsprekend dat we dat niet eens doorhebben. Anderen moeten ons vertellen dat we onze grenzen wel eens mogen gaan bewaken. Herkenbaar?
En dan is het ook nog eens zo dat het psychische immuunsysteem verbonden is met het fysieke. Onderdruk je het één, dan onderdruk je ook het ander. Heb je geleerd dat je je emotionele grenzen niet mag bewaken, dan ben je dus ook kwetsbaarder voor fysieke indringers, zoals bacteriën en virussen. Of erger. Chronische ziekte komt veel voor onder KOPP. 

Allergie is de andere kant van de medaille. In plaats van je immuunsysteem te onderdrukken, stel je het in het geval van allergie juist te gevoelig af. Bij fysieke allergie krijg je klachten doordat je lichaam je beschermt tegen een bezoeker die eigenlijk niet ongezond of schadelijk is. Je immuunsysteem vertrouwt die bezoeker niet. De uitsmijters vormen een blok dat zo wantrouwig en agressief is dat alleen slaapwandelaars nog worden doorgelaten. Daar gaat je dynamische discotheek. Wat een lol! 

Uiteraard gebeurt dit niet bewust; het is een aanpassing aan omstandigheden die je ooit hebt meegemaakt. Dus ben je juist tevéél op je huid gezeten vroeger, moest je samenvallen met vader of moeder, mocht je niet zelf een persoon worden, dan zul je eerder last hebben van allergie dan van grenzeloosheid. Ook deze kant van de medaille komt bij KOPP veel voor.

In het geval van emotionele allergie zet je dus een teveel van de energie ‘boos’ in. Daarmee houd je effectief álle mensen op een afstand, ook onschuldige of misschien wel mensen die vrienden hadden kunnen worden. Er zal dan weinig vreugde zijn. Als je niets of niemand binnenlaat, voel je je leeg.
Ook een te scherp ingesteld immuunsysteem is niet goed voor je gezondheid. Het leidt tot meer stress dan nodig en chronische stress is slecht voor je hart. 

Goede, gebalanceerde uitsmijters hebben controle over hun schuif ‘boos’ en kunnen die adequaat inzetten. Dat hebben ze geleerd. Ze zaten ooit op de uitsmijtersschool en daar hebben ze moeten dealen met alle ouwe woede die nog in hen zat, zodat ze nu zuiver kunnen inschatten of iemand al dan niet een lastpost of een gevaar wordt. En met hun ouwe angst, zodat ze de kracht van hun ‘boos’ zonder aarzelen durven inzetten. Met andere woorden, je emotionele immuunsysteem moet getraind worden. Dat werkt niet vanzelf als je dat niet van kleins af aan hebt meegekregen. Als je onder onveilige omstandigheden bent opgegroeid, zijn je uitsmijters in de war. Ze zijn te ontspannen of juist te nerveus.

Om het nog een tandje ingewikkelder te maken, zijn velen van ons dan ook nog eens gedesoriënteerd gehecht. We hebben geen idee waar we aan toe zijn, dus onze uitsmijters doen maar wat. De ene keer laten ze iedereen door, de andere keer gooien ze iedereen naar buiten die probeert een dansje te maken. Of wat dacht je van deze variant, ze doen elk wat anders. Gassen en remmen tegelijk. 
Het is dan heel goed mogelijk dat je op het ene gebied, of moment, je boosheid onderdrukt en op het andere juist te scherp inzet. Waardoor wordt dit bepaald? Het is soms heel moeilijk om daarachter te komen. Je kent niet ieder detail van jouw achtergrond als kind, je kunt niet precies alle trauma’s en dus alle triggers duiden. Wat zeker wél zal helpen, is simpelweg oefenen met de schuif ‘boos’. Van nul tot tien. 

Als je een gezellige en veilige discotheek wilt waar jouw geliefde bezoekers graag vertoeven, moet je jouw persoonlijke uitsmijters opleiden. Die van mij zijn momenteel druk in training om het hele spectrum te veroveren tussen ieltjes en fragieltjes (kom maar binnen hoor jongens, ik schik wel weer een stukje in) en bitcherig (opzouten, wie denk jíj wel dat je bent?!). Dat kun je zelf doen, maar er is ook best begeleiding voor te vinden. Het bewust opvoeden van kinderen (of puppy’s!) helpt, dan moet je aan de bak. Een goede bokstraining, als dat bij je past. Assertiviteitstrainingen of psychomotorische therapie (PMT), gewoon vergoed door de verzekeraar. Of, voor de wat meer kapitaalkrachtigen onder ons, de training Dit is mijn grens van mijn dierbare collega Ninouk Hehenkamp.

Ik garandeer je: het leven wordt een stuk leuker en gemakkelijker wanneer je je grenzen adequaat leert bewaken. En je stimuleert niet alleen je psychische, maar ook je fysieke gezondheid ermee.

KOPP-blog: geborrel uit de kelder

START GAME

Ken je dat, dat je bij jezelf een emotie bespeurt die koste wat kost binnengehouden moet worden? Dat zich ‘in de onderbuik’ iets manifesteert dat het daglicht niet kan verdragen? En dat dat – WTF – nog langzaam groeit ook? Een oud verdriet, een oude angst, zoiets… Het kelderluik staat open en de shit borrelt omhoog. Wat staat een weldenkend mens dan te doen? Sluiten dat ding, en er als de sodemieter iets heel zwaars op zetten! Bij Harry Potter staat er een driekoppige hond genaamd Pluisje op het luik, wat de moedige jonge helden van het verhaal er overigens niet van weerhoudt om in de kelder af te dalen. Echte helden weten van opruimen! Misschien durfden zij dat zomaar aan omdat het niet hun eigen kelder betrof, wie zal het zeggen. Anyway, de meesten van ons staan eerst een half leven – en tegen welke prijs!! – dat luik dicht te houden voordat we de moed vatten om het verzet op te geven. Als we dat ooit al doen. Nee, in tijden van stress en triggers loopt de druk op en zetten we steeds meer materieel en energie in om het luik dicht te houden. Dat materieel heet ‘psychische problematiek’. En we worden daar heel vaak heel moe van, ook fysiek. Tot burn-out aan toe.

De ggz helpt om de wildgroei aan ingezet materieel in de hand te houden. Cognitieve therapie leert ons dat het materiéél het probleem is, dat daar helemaal geen luik zit. Dus na de behandeling durven we van de honderd overlevingsmechanismen die erbovenop staan er wel zoveel weg te halen dat het luik nét niet gaat rammelen. Hoera, vooruitgang! Dit is evidence-based, want de symptomen verminderen. Ja, wiedes. Minder overlevingsmechanismen, dus minder symptomen. En bij het eerste trillinkje van het luik kwakken we die hele bak er weer bovenop, plus nog wat extra’s, voor de zekerheid. En dan zegt de ggz: Je moet het maar gewoon niet eng vinden, je weet nu toch dat daar niets is om bang voor te zijn? Dat is net zoiets als tegen een brildrager met min tien zeggen: Je weet nu toch wel dat je met nul beter kunt zien? Nou dan! Kijk dan gewoon met nul! Je bent uitbehandeld!

Het heeft geen zin om min tien te ontkennen, zo heeft het ook geen zin om de angst te ontkennen. Die IS er, en hij is precies even groot als dat wat we onder het luik vermoeden. Er moet wat extra gewicht op, zodat het luik dicht blijft. Dat is gewoon een natuurkundige wet, de druk aan de bovenkant moet net iets groter zijn dan die op de onderkant. Dus de angst aan de bovenkant hebben we bedekt met een laagje beschaving, overlevingsmechanismen namelijk, zoals obsessie, schuld, schaamte… wat er maar zwaar genoeg is. Onze eigen driekoppige honden. We hebben last van hen, ze stinken uit hun bek, ze versperren de weg, ze grommen nog agressief ook. Dus we klagen over ze, we vragen de ggz om ons van hen te verlossen en we bevechten ze. Maar we hebben ze daar zelf neergezet om het luik te bewaken, al vergeten we dat liever. Dan zouden we onze angst namelijk weer gaan voelen.

Goed, misschien is het zinvol om te ontdekken waar we zo bang voor zijn. We hoeven niet eens af te dalen in de kelder, al moet ik toegeven dat het bevechten van de draak in zijn eigen hol wel meer tot de verbeelding spreekt. Daarom doen publieke helden dat waarschijnlijk ook. Voor ons simpele stervelingen is dit wat je moet doen bij geborrel uit de kelder:

Stap 1: haal de laag beschaving eraf, stop met die overlevingsmechanismen en maak contact met het simpele feit dat je (doods)bang bent. Dat hoeft niet voor de hele wereld, en plein public op YouTube, dat mag ook gewoon in de besloten veiligheid van je eigen huis. Voel maar gewoon: Ik ben bang. En ervaar dat je daar niet aan dood gaat. De driekoppige hond verdwijnt, die heeft geen nut meer.

Stap 2: denk na. Er is dus gevaar onder dat luik. Wat zou het kunnen zijn? Hoe groter het voelt, hoe kleiner jij was toen het ontstond. Da’s ook een natuurwet. Hoe kleiner je zelf bent, hoe groter de wereld namelijk verhoudingsgewijs is. Als je weet hebt van je trauma’s, en je kunt ze in verband brengen met triggers die actueel zijn, kun je ongeveer inschatten wat je gaat tegenkomen als het luik op een kier gaat. Voor de sceptici: dat is het nut van ‘graven in het verleden’, dan word je niet zo verrast door dat wat er naar boven borrelt. Dat kunnen beelden/ geluiden/ gebeurtenissen zijn, maar dat wat ons zo bang maakt, zijn niet de beelden of gebeurtenissen op zich, maar dat wat we daarbij zouden kunnen gaan voelen.

Stap 3: verzet je niet. Laat gebeuren wat er gebeuren wil. Je hoeft het luik echt niet actief te openen; het gaat vanzelf open als je het niets in de weg legt. Blijf in contact met wat er gebeurt, voel wat het bij je teweegbrengt en volg eventuele neigingen tot bewegen van je lichaam. Dat wat er gebeurt, zal vanzelf ook weer ophouden en wegebben. Het luik sluit zich.

Stap 4: verdraag de gedachte dat je nu een held bent, maar dat je daarvoor van slechts weinigen erkenning zult krijgen, en van nog minder applaus. 

Stap 5: Geniet van de rust die het geeft om niet te hoeven vechten. Glimlach omdat jij weet dat je een held bent. Leef.

GAME OVER

KOPP-blog: het taboe op trauma

ZOALS ZOVEEL KOPP’ERS HEB IK ALS JONG KIND ANGSTIGE,
pijnlijke en diep-verdrietige dingen meegemaakt. Een moeder met schizofrenie en drie kinderen onder de vijf, dat kan niet goed gaan en dat ging ook niet goed. Er waren beangstigende aanvaringen, een beangstigend gebrek aan veilige grond en vooral veel verwaarlozing in mijn eerste drie jaren. Het drama eindigde met een grote knal waarbij mijn moeder van het toneel verdween. Wij kinderen werden in verschillende gezinnen ondergebracht, het werden twee jaren waarin – in elk geval bij mij – nog de nodige schade is aangericht.

Dankzij de inspanningen van mijn vader om ons weer bij elkaar te brengen, konden we na twee jaar een nieuw begin maken met hem en een stiefmoeder. Een tijdlang kwamen we met zijn allen min of meer tot rust. Er kwam een elegante omgangsregeling met onze moeder. Het enige dat eraan ontbrak was iemand die ons kon leren om ons emotioneel te verhouden met alles wat er gebeurd was. Daar was de tijdgeest niet naar, er was geen hulpverlening voor getraumatiseerde vaders met getraumatiseerde kinderen. Of voor stiefmoeders met een getraumatiseerd gezin. Of misschien was die er wel, maar daaraan zou mijn vader ons nooit toevertrouwd hebben. De tijdgeest was van de ratio, de generatie van mijn ouders is van de ratio, mijn vader was – vooral als de stress opliep – in het kwadraat van de ratio. En oh, wat heb ik me daaraan gestoten in mijn verdere leven. Wat is dat een trigger geworden en wat kan ik me daar nog steeds over opwinden. Ik zal het even demonstreren; hier volgt een opgewonden betoog. Voor iedereen die zich erin herkent. 

In de Middeleeuwen verbrandden we heksen, geloofden we in de almacht van de kerk en een platte aarde. De onwetendheid veroorzaakte enorm veel leed, en omdat mensen altijd streven naar groei en verbetering kwam toen de Verlichting. In dit nieuwe tijdperk ontstond de waardering voor de ratio. De wetenschap ontwikkelde zich, de wereld werd rond, voorheen ongeneeslijke ziektes werden begrepen en behandelbaar, heksen niet meer verbrand. Allemaal prachtige ontwikkelingen. Ik zou niet terug willen naar de Middeleeuwen.

Maar er is ook een keerzijde. Helaas kwam met de waardering voor de ratio gaandeweg ook minachting voor het emotionele, intuïtieve en spirituele. In onze tijd is dat duidelijk zichtbaar. Er is minder ruimte voor geloof, mensen die zichzelf ‘heks’ noemen, doen dat in het geheim en er bestaat een fanatieke Vereniging tegen de Kwakzalverij die een extreem voorbeeld is van het denken in onze tijd.
In de (geestelijke) gezondheidszorg worden alle behandelmethodes die binnen ons door wetenschap én verzekeraar gesteunde systeem vallen, gelabeld als ‘evidence-based’. Een erg misleidende term, die bovendien suggereert dat alles wat daar niet onder valt DUS niet effectief is. In de praktijk blijkt het tegendeel. Methodes die ‘bewezen’ zouden werken, zoals cognitieve gedragstherapie, krijgen een dikke onvoldoende voor effectiviteit, zeker op de lange termijn. En naar behandelwijzen waarvan ‘niet bewezen is dat ze werken’, is over het algemeen gewoon nog geen onderzoek gedaan. Maar toen nog niet bewezen was dat de aarde rond was, was ‘ie toch ook niet plat, of wel dan?

Met de ratio op de troon hebben we in onze cultuur een zintuig verloren. We zijn er, zeg maar, blind voor geworden. Op een enkele plek in het veld wordt die kwaliteit nog wel benoemd – het niet-pluis-gevoel van de arts, of the-gut-feeling van de rechercheur, met de aanbeveling om dat serieus te nemen. Maar vooral niet te veel en te vaak: dan ben je zweverig. Als je erbij wilt horen en serieus genomen wilt worden, moet je het zintuig gevoel buitenspel zetten. Vrijwillig stekeblind, godnondeju.

Zoals het te weinig aan ratio dood en verderf zaaide in de Middeleeuwen, zaaide de ontkenning van en minachting voor gevoel en intuïtie de afgelopen eeuw dood en verderf. Als je je gezonde intuïtie niet gebruikt, kun je geloven dat baby’s geen gevoelens hebben en dat je hen zonder gewetensbezwaren in een stille kamer in hun eentje kunt laten brullen als het nog geen tijd is voor de volgende voeding. Rust, Reinheid en Regelmaat. Zonder voeding gingen baby’s dood, dat was bewezen. Maar zonder liefde en koestering was er geen schade die bewezen kon worden, dús was er geen schade. Míjn moeder deed het tenminste nog per ongeluk.

De ratio op de troon, vooral in de (geestelijke gezondheids)zorg, is als een blinde olifant in een porseleinkast. Hij veroorzaakt brokken en de blinde olifant voelt ze wel, die scherven, maar omdat hij ze niet kan zien, blijft hij ontkennen dat ze bestaan. Eén voorbeeld van de brokken die dat geeft in de ggz, is hertraumatisering. Psychotrauma wordt daar nauwelijks erkend, zeker niet als onderliggende oorzaak van psychische/ psychiatrische problematiek. Terwijl het verband zonneklaar is voor iedereen die zijn gezonde intuïtie gebruikt. Maar de olifant kan psychotrauma niet zien, en omdat hij degene is die op de troon zit, mogen anderen dat ook niet. Blind zijn is de norm, psychotrauma is een taboe. Stel dat de olifant ineens zijn afgedankte zintuig zou gaan gebruiken, dan zou hij 1. de pijn van zijn eigen scherven gaan voelen en 2. moeten onderkennen dat hij schuld draagt aan hertraumatisering van anderen. Dat is wel een heel grote stap over je eigen schaduw heen. Ik vrees dat er nog een generatie overheen zal gaan voordat in de ggz behalve de ratio ook de intuïtie weer mag meedoen. Godnondeju.

Dusssss. Typisch geval van een trigger. Zoals meestal als iemand zich ergens erg over opwindt. Waar het op neerkomt, is dat ik persoonlijk erg heb geleden onder het niet erkend en gesteund worden in de gevolgen van het trauma dat ik heb opgelopen. Dat was pijnlijk en gekmakend, en de woede daarover is nog niet helemaal weg, zoals je merkt. Al gaat het al een stuk beter dan een paar jaar geleden. Nu kan ik er tenminste een – min of meer – coherent verhaal over schrijven.

Hier heb ik dus zelf nog te dealen met woede en rouw. Wat niet wegneemt dat er toch echt een hele ggz bestaat waarin al dat trauma van al die cliënten (80% van de ggz-cliënten is KOPP), niet als zodanig (h)erkend wordt. En daardoor veel te vaak geen of een inadequate behandeling krijgt. Dat is een reëel probleem in het hier en nu. Daarom werk ik aan een nieuw boek bezig over het taboe op psychotrauma. Mijn woede zal ik daarbuiten houden, die is voor in mijn blogs. Ik hoop het komende zomer te presenteren!