KOPP-blog: ademen

EMOTIES. ER ZIJN MENSEN DIE DAAR
negatieve associaties mee hebben, althans dat zou je denken als je sommigen het woord emotioneel ziet uitspreken met een gezicht als een oorwurm. Inderdaad doen emoties soms rare dingen met een mens, ze hebben de neiging om het vermogen om rationeel te denken en handelen aan te tasten. En laat dat vermogen nou juist zeer hooggewaardeerd worden in onze cultuur!

Dat is heel begrijpelijk. Kijk: vroeger hadden we heksenjachten. De jacht op – en het oordeel over – mensen die een beetje anders zijn, is natuurlijk een uitermate emotionele aangelegenheid. Er vielen meestal geen misdaden te bewijzen, al deden die dekselse Middeleeuwers echt wel hun best. Maar de emotie (afkeer, angst?) was zo sterk dat vermeende heksen – op grond van de meest griezelige denkbeeldige misdrijven – tot algemene tevredenheid ritueel verbrand werden. Eeuwenlang. Dat was lekker voor het reguleren van al die emotie van de omstanders. 

Gelukkig kregen we daarna de Verlichting. Doordat één voor één de lampjes aangingen in de wereld en in ons brein konden we langzaamaan gaan zien hoe ridicuul het denken en handelen van die Middeleeuwers geweest was. Heksen bestaan helemaal niet. Stellingen moeten bewezen worden voordat men er waarde aan mag hechten. Als je je laat leiden door emotie, is het resultaat oorlog en wreedheid. Lang leve de ratio! Er kwam wetenschappelijke ontwikkeling. Weten-schap: alleen dat wat bewezen is, kan men weten en emotie is niet bewijsbaar. Wie toch bang bleef voor heksen, was barbaars, primitief of gewoon gek.

We lopen nu in onze cultuur al eeuwen met een lichtend brein rond. Een brein dat in staat is tot de meest fantastische dingen, daar zijn ontelbare voorbeelden van te geven. Onze gezondheidszorg kan een dood lichaam in leven houden, en andersom, om maar eens iets ongelooflijks te noemen. 

Maar van emotie hebben we geen kaas gegeten. De emotie is in het verdomhoekje terechtgekomen met de groei van de wetenschap. Emotie is immers niet te objectiveren. Sterker nog, dat hele objectiveren is juist bedoeld om eventueel meespelende emotie uit te sluiten. Zolang je met een wiskundig probleem bezig bent, is dat natuurlijk prima. Maar het wetenschappelijk denken wordt (bijvoorbeeld) ook toegepast op de intensive care van een ziekenhuis, een plek waar zich mensen bevinden in uiterst kwetsbare staat. Net als baby’s of heel kleine kinderen enkel in staat om op emotioneel niveau te communiceren. En daar lopen dan alleen zeer op de metertjes geconcentreerde mensen rond, wier werk het is om lichamen levend te houden. Maar niemand die emotionele zorg verleent! Dat leidt tot (her)traumatisering. Het niet krijgen van de emotionele zorg die je als baby, kind en ernstig zieke wel nodig hebt, is traumatisch. 

Of we het nou willen weten of niet, wij mensen zijn emotionele wezens. We hebben een lichaam en via dat lichaam nemen wij van alles waar, onder meer onze emoties. Die zijn er niet voor niets. Emoties, net als andere fysieke sensaties, wijzen ons de weg in het leven. Boosheid stelt ons in staat om veiligheid te creëren, angst wijst ons op gevaren, verdriet houdt onze sociale verbanden in stand en vreugde wijst aan waar we goed zitten, en liefst gewoon even moeten blijven zitten. Emoties komen en gaan als ademhalen. In het ideale geval. Er is een situatie, die doet iets met een mens, die mens ervaart dat ten volle en handelt ernaar – als dat nodig is – met één of andere fysieke uiting. En de emotie ebt weer weg. Dat is hoe het ‘hoort te zijn’, hoe een volwassen mens emotioneel het beste functioneert. Kinderen moeten dat nog leren, die worden door hun emoties overspoeld als er geen veilige volwassene met aandacht in de buurt is om te helpen reguleren.

Maar stel je voor dat je nooit hebt geleerd om je longen leeg te ademen. Omdat je ouders ook niet wisten hoe dat moest, of omdat er geen aandacht beschikbaar was voor het jonge kind dat jij ooit was. Stel dat je longen nog halfvol zit met rotte lucht van je allervroegste ervaringen. Om in leven te blijven, adem je alleen aan de bovenkant. En je bent je nergens van bewust, want zo is het immers altijd geweest. Nee, lekker is het niet, die rotte lucht. Het voelt opgeblazen, op hoge druk, als een ballon die wil leeglopen. Als iemand erin prikt, kan het ook gebeuren dat die ballon met kracht een stuk leegloopt en die persoon de rotte lucht in het gezicht krijgt. Daar maak je geen vrienden mee.

In zo’n geval heb je achterstallig werk te doen. Om optimaal te kunnen functioneren moet die oude lucht eruit, gecontroleerd weliswaar, op zo’n manier dat je overeind kunt blijven. Zodat je je longen uiteindelijk kunt gebruiken zoals ze bedoeld zijn: om rustig uit en in te ademen. Afgewerkte lucht uit, schone lucht in. In die volgorde.

Met emoties is het net zo. Als die een poosje niet geuit kunnen worden, overleeft een mens dat wel. Het lijf slaat ze gewoon ergens op. En in het geval van emotioneel onveilige jonge jaren met een traumaatje hier of daar kan de druk dan behoorlijk oplopen. Dat is fysiek goed voelbaar, als je je dat lichaamsgevoel tenminste nog (of weer!) bewust bent, en beslist heel onplezierig. Als we durven uitreiken, zoeken we hulp om die dreiging van binnen de baas te worden. De oplopende druk ís werkelijk bedreigend. Die kan imploderen of exploderen en dat noemen we dan een psychiatrische crisis. 

Als we die dreiging op tijd serieus nemen en het juiste ventiel zoeken om het zorgvuldig en in contact te openen, kunnen we de druk verminderen. Dat proces noemen we emotionele ontwikkeling of traumaverwerking. Het is niet gemakkelijk, alleen al het vinden van het juiste ventiel kan veel tijd en moeite kosten. Maar hé, het gaat om je gezondheid en welbevinden. We vinden het wel heel gewoon dat we operaties ondergaan voor onze gezondheid, dat er letterlijk in ons gesneden wordt terwijl we ons in een hulpeloze staat bevinden en dat er dan maar zeer weinig aandacht is voor ons emotionele welbevinden. Mij lijkt dat stukken erger dan het zorgvuldig en in verbinding naar het bewustzijn laten drijven van steeds een nieuw angstig, razend of verdrietig stukje zelf. Alles wat dat nodig heeft is aandacht en liefde en daarover beschikken we allemaal. 

Adem uit, adem in.


KOPP-blog: apart

EEN TIJDJE GELEDEN BENOEMDE EEN KLANT VAN MIJ ZICHZELF  
als een vierkantje in een wereld van rondjes. Dat vond ik een herkenbaar beeld. Die rondjes die doen maar, ze gaan relaties aan, ze maken carrière, ze schijnen zich als een vis in het water te voelen in deze wereld – die zal dan wel alleen maar voor rondjes bedoeld zijn. En op wat latere leeftijd: Ik snap hen niet met al hun Facebookwaardige belevenissen, en evenmin snap ik de dingen waar de rondjes van deze wereld zich druk over maken – waar gáát het over? Ik probeer echt wel om contact te maken, maar zij snappen mij ook niet. Vaak sluiten ze me zelfs actief buiten. Wat doe ik verkeerd??
Het was buitengewoon eenzaam, frustrerend, stressvol en vermoeiend om me een vierkantje te voelen in een wereld van rondjes.

Het je in de grond anders voelen dan anderen, het wanhopig op zoek zijn naar aansluiting, contact, en dat niet (te lijken) krijgen, dat gaat over je wisselwerking met je omgeving. Jij verlangt iets, dat is voelbaar. Je straalt iets uit, dat is voelbaar. Hoe meer emotionele lading er zit op dat verlangen, hoe voelbaarder het zal zijn. De ander reageert daarop, en de echte superronde rondjes hebben kennelijk totaal geen zin in de hoekigheid van een vierkantje, en dat steken ze ook niet onder stoelen of banken. Wat volgt is afwijzing. Scriptcirkel rond.

Scriptcirkel rond? Ja, een mooi concept dat in de persoonlijke ontwikkeling veel gebruikt wordt, is de scriptcirkel. Het script, het draaiboek van je leven. De scènes die je al vaak gespeeld hebt met je omgeving staan in dat draaiboek beschreven. Het gaat over hoe jij de dingen beleeft en interpreteert, natuurlijk naar aanleiding van de allereerste keren dat die scènes gespeeld werden in jouw leven. De periode van hechting.
Bijvoorbeeld: je reikt als kind uit naar vader of moeder en krijgt geen respons. Vader of moeder is gestrest, heeft geen ruimte voor jou, leeft op een andere planeet, heeft psychische problemen. Je ervaart pijn en angst. Je hebt je vader en moeder namelijk nodig, je hebt contáct nodig, dat is een essentiële menselijke behoefte. Hoe vaker een kind afwijzing ervaart op zijn pogingen om contact tot stand te brengen, hoe indringender de pijn en de angst zullen zijn. Je gaat een conclusie trekken uit deze ervaring, het kan niet anders of íemand deugt er niet (je bent nog klein, dus je denkwereld is nog niet erg genuanceerd). De conclusie zal zelden zijn: mijn ouders deugen niet. Dat zou namelijk ontzettend beangstigend zijn. Als je ouders niet deugen, hoe moet je dan overleven als peuter? Nee, in verreweg de meeste gevallen trekt het kind de conclusie dat het zelf niet deugt. Als je het zélf bent die niet deugt, kun je nog de illusie in stand houden dat je daar iets aan kunt veranderen. Moet je gewoon nog wat beter je best doen.

De gebeurtenis, afwijzing als je probeert om contact te maken, is het begin van de scriptcirkel. Wat volgt, is de emotie: pijn en angst. Daarna komt de interpretatie: ik deug kennelijk niet. Vervolgens de conclusie, die vele variaties kent: ik ben niet leuk / mooi / loyaal / groot / klein / flink / jongensachtig / meisjesachtig / spontaan etc. genoeg. Daarna volgt het besluit: nóg beter mijn best gaan doen. Dat leidt tot een bepaald gedrag, dat – gezien het belang ervan – krampachtig zal zijn. Te goed je best doen werkt niet: tot je verdriet, woede of paniek leidt het maar al te vaak tot een nieuwe afwijzing. Scriptcirkel rond. En deze cirkel kun je duizend keer lopen. Je speelt de scène keer op keer, op je werk, met je vrienden, in je relatie, en daar word je niet relaxter van. Het maakt je hoekig, krampachtig, vierkant.

Vierkant zijn in een wereld van rondjes betekent in feite niet meer of minder dan: bang zijn. Hoe jonger je was toen de verwonding in je hechting ontstond, hoe meer angst er zal zijn. Hoe jonger je was, hoe harder je je ouders nodig had immers. De meeste mensen leren in de loop van hun kindertijd wel om hun angst te camoufleren. Dat moet ook, anders zou je als het ware zonder huid door het leven moeten gaan. Veel te kwetsbaar. Ervoor in de plaats komt woede, of de dingen weglachen, of een overdreven grote zelfstandigheid. Hoe dan ook, gecamoufleerd of niet, de lading van die diepe angst blijft altijd voelbaar en vaak ook zichtbaar.

De meeste mensen kennen die angst niet, gelukkig voor hen. Het feit dat ze hem niet kennen en niet begrijpen zou nog niet per se tot afwijzing hoeven leiden, maar mensen zijn over het algemeen doodsbang voor angst en velen hebben een oordeel over alles wat ‘anders’ is. Hoe vaak ik dat wel niet gehoord heb vroeger, direct: je bent een aparte of indirect: die rare. Dat wat raar gevonden werd, was meestal de camouflage. En die is natuurlijk ook een beetje raar. Dus op een dag begon ik die camouflage voor mezelf achterwege te laten. Ik begon te voelen dat wat eronder zat, gewoon angst was. Ooit ben ik mezelf gaan accepteren als een vierkantje, in plaats van mezelf af te wijzen. Hoe meer ik mezelf ging accepteren, hoe minder angst ik had voor het oordeel van anderen, hoe gemakkelijker het leven werd. Mijn hoekigheid werd er zelfs een beetje door afgerond.

Wat zeg ik? Zou ik dan niet meer vierkant wezen? Even checken in de spiegel! Ik ben namelijk ook stiekem erg gehecht aan mijn status aparte. Ik blijk niet helemaal vierkant meer te zijn, maar ook niet helemaal een rondje, goddank. Tegenwoordig hoor ik dat ik eigenwijs ben. Ook wel leuk apart, of zelfs bijzonder. Dat bevalt mij eigenlijk best.